Waterstudies

In het kader van de klimaatadaptatie werden de laatste jaren tal van studies uitgevoerd naar de Antwerpse waterhuishouding. De drie studies die hieronder kort worden besproken, gaan achtereenvolgens over de hydrologie van de stadsvijver, het Antwerpse watersyteem in zijn geheel, en de aanleg van een spooraquaduct of Schijnpoorwegverbinding. 

De resultaten van de haalbaarheidsstudie van Rio-link, het Hemelwaterplan, dat vooral focust op de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel voor hemel- en rioolwater, werden deels opgenomen in de vermelde studies. Ook de bevindingen van de Droogtestudie uit 2019, die voor ons van belang zijn omdat hierin ondermeer de mogelijkheid wordt onderzocht van de aanleg van een tweede waternet of stadswaternet, werden gedeeltelijk opgenomen in de haalbaarheidsstudie naar een Schijnpoortwegverbinding.  

Hydrologie Stadspark

Nadat studiebureau Arcadis in 2016 een onderzoek had gedaan naar de hydrologie en het waterpeil van de stadsvijver, bestelde het stadsbestuur in december 2018 een nieuwe conceptstudie bij Arcadis mbt de watertoevoer naar de stadsvijver: Stadsparkvijver Antwerpen. Technische conceptstudie mbt watertoevoer en inrichting. De studie werd afgerond in maart 2019 en onderzoekt zes mogelijke scenario's om de stadsvijver van water te voorzien:

1. Water aanvoeren van bemaling 'den Bell' (p.59-64)

2. Water Kempisch dok (p.65-69)

3. Verschillende bronnen van Antwerpen-Noord via spoorweg (p.70-73)

4. Gebruiken van de Ruien als hemelwaterput (p.74-78)

5. Aanpassing van de riolering in de omgeving van het park (p.79-83)

6. Eenmalige vulling met water (leidingwater, Albertkanaal, effluent) (p.84-86)

Scenario 1 kwam in deze studie als beste scenario naar voor om de stadsvijver te vullen. 

Scenario 5 was vooral van belang om in geval van hevige regenval de ontlasting van de rioleringsstelsel in de omgeving van het Stadspark mogelijk te maken. Dit scenario zou slechts voor een beperkt en onregelmatig debiet richting stadsvijver zorgen.

Scenario's 2, 4 en 6 werden niet voor verder onderzoek weerhouden.

 

Scenario 3 (ons voorstel) werd op de valreep opgenomen in de studie. Omdat de piste nooit ernstig werd onderzocht, kreeg het scenario geen gunstige quotering. Hieronder leggen we uit waarom dit volgens ons onterecht is. De resultaten van onze eigen voorstudie bleken overtuigend genoeg om een nieuw onderzoek naar dit scenario te laten opnemen in het Antwerpse bestuursakkoord van september 2019. 

Hieronder vergelijken we scenario 1, 3 en 5 en plaatsen we kanttekeningen (cursief) bij de conclusies van Arcadis. Op basis hiervan formuleren we onze eigen conclusies (groene kaders).

SCENARIO 5: Aanpassing van de riolering in de omgeving van het park

– Door in de omgeving van het Stadspark hemel- en rioolwater van elkaar te scheiden, kan de vijver worden gevoed met hemelwater.

   (www.aquafin.be › nl-be › gemeenten-en-steden › projecten-met-regenwater)

– Dit levert geen continu debiet op, maar een beperkte en weersafhankelijke watertoevoer. 

– Indien vervuiling van de vijver wordt vermeden, kan dit een mooi verhaal worden. (p.82)

– Enkele voorbeelden van verontreiniging zijn: polycyclische aromatische koolwaterstoffen of PAK's (van benzine, diesel), oliën, strooizout, bluswater, bewoners die op straat iets in het riool (hemelwaterafvoer) gieten (wassen auto, poetswater, etc.), foutief aangesloten rioleringsbuizen, een ongeluk met toxische stoffen die op het wegdek lekken en het daaropvolgende reiniging door de brandweer, enzovoort.

– Om vervuiling en onvolledige nitrificatie te helpen oplossen wordt er een knijpopening, KWS (koolwaterstof) afscheider, uitstroomconstructie, diffusor, en calamiteitenschuif geïnstalleerd. De zogenaamde 'first flush' bevat het meest verontreinigde water en wordt afgevoerd, waarna het water van betere kwaliteit in de vijver kan stromen. (p.80)

– Tenzij grotere gebieden rondom het Stadspark worden afgekoppeld van de riolering, is er slechts sprake van een beperkte ontlasting van het RWZI. (p.81 en 82). Hoe groter het gebied, hoe groter de kans op verontreiniging, maar hoe groter ook het volume dat naar de vijver kan worden afgevoerd. 

– Kost afkoppeling van 4 straten: 2.046.500 €.

 

Opmerkingen:

- Wanneer de vervuiling tijdens of na een hevige regenbui optreedt, kan niet worden uitgesloten dat er alsnog vervuild water in de stadsvijver stroomt.

– Het wordt erg belangrijk om de burger ervan bewust te maken dat de straatkolken niet langer gebruikt mogen worden om afvalwater in te lozen.

(zie: sensibiliseringsfilmpje Farys: https://www.farys.be/nl/nietinderiool.)

- Een onderscheidend kenmerk of pictogram in de buurt van iedere op de vijver aangesloten straatkolk, lijkt aangewezen. (https://www.wetteren.be/hier-begint-de-zee)

– Hoe groter het watervolume van de vijver, hoe groter de verdunning bij eventuele verontreiniging van de stadsvijver.

Het opvangen en afleiden van hemelwater van straten en daken naar de stadsvijver is een dure maar duurzame maatregel die hoe dan ook moet worden uitgevoerd om het rioleringsstelsel te ontlasten. Dit voorkomt dat bij hevige regenval de straten in de omgeving van het Stadspark blank komen te staan. De maatregel zorgt er evenwel voor dat de waterkwaliteit van de stadsvijver deels afhankelijk wordt gemaakt van de verantwoordelijksheidszin van de burger. Er moet dus voldoende worden ingezet op de sensibilisering van de burger om te voorkomen dat er vervuild water in de straatkolken wordt geloosd. Ook zou het in noodgevallen mogelijk moeten zijn om de toestroom van verontreinigd water tijdelijk naar de riolering af te kunnen leiden.   

2015-01-01 00.00.00-2 2.jpg

Troebel water na regenbui thv hemelwatertoevoer hoek Loosplaats, februari 2020

2015-01-01 00.00.00-1 2.jpg

Helder water in de rest van de stadsvijver, februari 2020 

118784859_3223148741067065_1456246929483

Straatkolk met pictogram, september 2020 © Gemeente Wetteren

SCENARIO 1: Water aanvoeren van bemaling 'den Bell'

– Aan het Bell-gebouw wordt dagelijks circa 350 m³ grondwater weggepompt naar de riolering.

– Dit debiet is onvoldoende om de vijver te vullen tot niveau1 (2,75m TAW), zonder gebruik te maken van bentonietmatten (p.42)

– Bentonietmatten beperken de waterinfiltratie in de vijverbodem wat in tegenspraak is met de doelstelling van het Antwerpse Hemelwaterplan van Aquafin: (zie: literatuur)

 

"Infiltratie en opslag van regenwater in de stadsvijver maximaliseren (...)" (p.29)

"De infiltratie van hemelwater in de ondergrond is een van de belangrijkste overkoepelende maatregelen (...)" (p.29)

 

– Om extra bemalingswater naar de stadsvijver aan te voeren, kijkt men naar het bemalingswater van het Sint Vincentius ziekenhuis.

– Het Antwerpse grondwater bevat ijzeroxide, mangaan en een lage concentratie aan biologisch koolstof:

 

"In het bemalingswater is een hoge concentratie van mangaan terug te vinden, maar de concentratie is nog net aanvaardbaar. De concentratie dient bij voorkeur verlaagd te worden vooraleer het water kan gebruikt worden voor het opvullen van de vijver. Een verhoogde concentratie mangaan gaat gepaard met bladverkleuring en neurologische toxiciteit in fauna." (p.37)

"Inzake nutriënten bevat het (grond)water een lage concentratie van biologisch beschikbaar koolstof. Dit vormt mogelijk een beperkende factor voor biologische activiteit in de vijver." (p.61)

"De optie die het minst impact heeft op het natuurlijke karakter van het park is het mengen van het water met een andere bron van water afkomstig van afkoppelingen. Alternatief kan er ter hoogte van de uitstroom een zone van 100m2 met specifieke beplanting voorzien worden waardoor het water stroomt voordat het in de vijver terecht komt." (p.62)

 

– Zeer beperkte ontlasting van het RWZI (p.62)

– Kadert binnen een algemeen duurzaam beleid, maar niet in een robuust hemelwaterbeleid. (p.62)

– Kost pompstation Bell/ aanleg persleiding/ aanleg zone rietveld (100m2): € 1.228.050,- (p.63) 

– Kost aanleg bentonietmatten: € 484.750,- (p.56)

 

 

Opmerkingen:

– Het is opvallend dat een studie naar een herstel van het waterpeil van de stadsvijver nergens verwijst naar de grot die landschapsarchitect Keilig aan de oever van de vijver plaatste als ijkpunt voor het waterpeil.

- Het historische waterpeil van de stadsvijver ligt op circa 3,90 m TAW. (zie: stand van zaken) 

- Gezien het beperkte debiet dat vanuit het Bell-gebouw naar de stadsvijver kan worden geleid, zal de Antwerpenaar slechts in erg uitzonderlijke omstandigheden Keilig's oorspronkelijke vijverconcept kunnen aanschouwen. Daarvoor moet een periode van extreme regenval worden voorafgegaan door een periode van normale tot intensieve regenval en dient er bovendien een bentonietmat in de vijver geplaatst te worden, wat in strijd is met het Hemelwaterplan.

– Aangezien periodes van droogte de permanente verdunning van grondwater met hemelwater onmogelijk maken, en de optie van een toevoer van oppervlaktewater vanuit Antwerpen-Noord (Schijn/effluent) in deze studie als niet realiseerbaar wordt beschouwd, is naast een zuiveringsinstallatie voor het bemalingswater in het Bell-gebouw, ook de aanleg van een zone van 100 m2 met rietaanplanting in de stadsvijver noodzakelijk. Dit laatste heeft uiteraard een impact op de belevingswaarde van de stadsvijver. Zo wordt het oorspronkelijke vijverconcept van dit uniek stukje erfgoed verder aangetast. 

– Ondanks de zuivering van het bemalingswater van het Bell-gebouw zal de depositie van ijzeroxide in de leiding er toe leiden dat deze veel sneller vervangen moeten worden dan gebruikelijk. (zie: afbeelding bronnen)

Mocht er geen andere mogelijkheid zijn om de stadsvijver te vullen dan door een (grond)watertoevoer vanuit het Bell-gebouw, dan was deze oplossing uiteraard beter dan geen oplossing. Maar de permanente zuiveringskost van het grondwater is hoog en bovendien dient er een rietveld van circa 100m2 in de vijver te worden aangelegd om het grondwater bijkomend te zuiveren. Dit zou een verdere aantasting van het orginele vijverconcept betekenen wat enkel kan worden vermeden indien er een derde bron wordt aangesloten op vijver.

Omdat hemelwater nooit voor een permanent debiet richting vijver kan zorgen, impliceert de keuze voor de aanvoer van grondwater dus een bijkomende watertoevoer vanuit Antwerpen-Noord (Schijn/effluent).  

SCENARIO 3: Verschillende bronnen van Antwerpen-Noord via spoorweg

- Aan Antwerpen-Noord zijn verschillende waterbronnen aanwezig: De Schijn en het effluent van het RWZI Deurne.

- Met een persleiding kan van hieruit water naar de stadsvijver worden geleid.

- De persleiding zou aan het viaduct van de spoorweg opgehangen kunnen worden wat een visuele impact heeft.

- De persleiding kan ook worden ingegraven parallel met het tracé, waardoor het openleggen van de wegenis nodig is.

- Het is niet mogelijk om water gravitair tot aan het Stadspark af te voeren wegens de vele obstakels onderweg.

- Om een persleiding vanuit het pompstation Schijn naar het spoorwegtracé te krijgen, dient er een gestuurde boring gerealiseerd te worden onder de R1.

- Er wordt uitgegaan van 3 tot 4 gestuurde boringen in totaal.

- Een debieten van 10 tot 100m³  per dag lijkt realistisch. 

- De verschillende bronnen in Antwerpen-Noord garanderen een quasi continu debiet op lange termijn.

- Voor beide bronnen zal er een beperkte zuivering nodig zijn om het water te ontdoen van fosfor, nitrieten en coliformen.

- Door de vijver te vullen met water van de Schijn of effluent is er minder water beschikbaar in de vijver voor buffering en infiltratie.

- Het effluent water gebruiken in een circulair watersysteem kan een beperkt positief effect hebben.

- Maatschappelijk gezien is dit geen evident verhaal omdat het water over een lange afstand wordt getransporteerd.

- Het gebruik van effluent van het RWZI om de vijver te vullen, staat wel mooi als verhaal omdat het in overvloed beschikbaar is.

- De pompinstallatie vraagt om een meerdere pompstations.

- Kost aanleg persleiding en pompinstallatie: € 4.355.700,- 

- Dit scenario kadert niet in een robuust hemelwaterbeleid.

Opmerkingen:

 

- De vele obstakels die als bezwaar worden ingeroepen om een persleiding aan te brengen langsheen het spoorwegtracé zijn een gevolg van een foutieve voorstelling van dit traject. (zie: technische fiche)

- Eén pomp en een persleiding met een diameter van circa 20cm volstaat om het water over een afstand van cica 4,5km naar de stadsvijver te leiden.

- Een gestuurde boring onder de R1 is overbodig omdat er ter hoogte van pompstation Schijn al een tunnelkoker aanwezig is.

- Een haalbaar debiet van 10 tot 100m³/d staat in schril contrast met de resultaten van onze eigen voorstudie. Daaruit blijkt dat een dagelijks debiet van 3000 tot 5000m³ naar de vijver kan worden geleid.

- Volgens de Arcadisstudie van 2016 zou een dagelijks debiet van 2500m³/d volstaan om de stadsvijver te vullen tot een waterpeil van 4,00m TAW.

- Een waterpeil van 3,90m TAW is vereist om weer water uit de grot van de stadsvijver te kunnen laten stromen zoals 100 jaar geleden.

- De vele reacties van buurtbewoners en de circa 4000 handtekeningen die verzameld werden met als voornaamste eis het herstel van de historische link tussen de Schijn en de stadsvijver, bewijzen dat dit project maatschappelijk gezien een mooi verhaal is. (zie ook: open brief)

De toenemende waterkwaliteit van de Schijn maakt op termijn de zuivering van het rivierwater overbodig.

- Door de stadsvijver in verbinding te stellen met de ruien, kan een eventuele overcapaciteit van de stadsvijver via de Wapper afgeleid worden naar de Schelde. Dwz dat de voorziene buffercapaciteit overbodig wordt en het herstel van het orginele vijverconcept van een beschermd monument weer mogelijk wordt. Daardoor wordt ook het eiland als broedplaats voor de watervogels weer in ere hersteld.

- Een tijdelijke retourbemaling van de Argenta-werf op de Belgiëlei heeft ondertussen aangetoond dat een debiet van circa 960 m³/d volstaat om het waterpeil van de vijver met enkele centimeters per maand te doen stijgen (van 0,90m TAW tot 2,25m TAW). 

- Een debiet van 3000 tot 5000m³/d maakt iedere vorm van artificiële afdichting van de vijverbodem overbodig. Daardoor wordt de bodeminfiltratie gemaximaliseerd, wat voor een lokale versterking van het grondwaterpeil zorgt.

- De haalbaarheid van het traject werd afgetoetst met Infrabel en op de spoorzate is er een doorgang mogelijk van het Luitenant Naeyaertplein tot aan de Oostenstraat (thv de Arendstraat).

- De werkzaamheden zouden volgens Canalco ongeveer 4 maanden in beslag nemen indien ze in één beweging kunnen worden uitgevoerd. (zie: technische fiche)

Geen van de hierboven vermelde scenario's beschikt over zoveel troeven als scenario 3. Meer dan 400 jaar lang was dit scenario, zij het in gewijzigde vorm, dan ook het scenario dat Antwerpen van drinkwater voorzag. Reeds een beperkt herstel van dit scenario levert grote voordelen op:

  • een vrijwel onbeperkte hoeveelheid water (Schijn/Effluent RWZI/hemelwater Ring) staat garant voor een regelbaar debiet van 3000 - 5000m³/d.

  • een waterkwaliteit (Schijn) die in tegenstelling tot andere bronnen jaar na jaar in kwaliteit toeneemt en binnen afzienbare tijd geen bijkomende zuivering meer behoeft.

  • een maximaal gebruik van de bestaande infrastructuur (Schijn-Scheldekoker/spoorzate), waardoor kosten worden beperkt en verkeershinder bij de uitvoering nihil is.

  • een groot benuttingspotentiëel: de mogelijkheid om tal van andere parken op het traject van water te voorzien en door een herstel van de historische connectie tussen de parkvijver en de ruien, de mogelijkheid tot het ontwikkelen van een tweede waternet onder het oude stadscentrum voor diverse types van watergebruik. (Zoals blijkt uit scenario 4 is deze verbinding ook haalbaar.)

  • een versneld herstel van het grondwaterpeil in de buurt van het Stadspark door maximalisatie van de bodeminfiltratie.

  • een herstel van het oorspronkelijke vijverconcept dat beschouwd wordt als één van de belangrijkste kenmerken van dit beschermd monument. 

  • een betere koeling van het park tijdens de hete zomermaanden dankzij de maximalisatie van het wateroppervlak.

  • een verbetering van de belevingswaarde van het park dankzij nieuwe recreatieve mogelijkheden mbt de stadsvijver.

De vrijwel onuitputtelijke watervoorraad en het grote debiet dat vanuit Antwerpen-Noord naar de stadsijver kan worden geleid, maken dat volgens onze inzichten scenario 3 veruit als beste oplossing naar voor komt om de stadsvijver van water te voorzien. Het spreekt evenwel voor zich dat, hoe meer hemel- en grondwater er naar de stadsvijver vloeit, hoe minder water er vanuit Antwerpen-Noord gepompt hoeft te worden. Met het oog op de herwaardering van het Stadspark en de grote uitdagingen waar Antwerpen voor staat op het vlak van klimaatadaptatie, ligt het voor de hand dat het nog beter is om de drie besproken scenario's gezamelijk uit te voeren. Enkel zo krijgt Antwerpen immers een robuust watersysteem waarmee het zowel periodes van extreme waterschaarste als overcapaciteit met vertrouwen tegemoet kan zien.

Waterplan Antwerpen

In oktober 2019 stelden De Urbanisten, samen met Witteveen+Bos en Common Ground het Waterplan Antwerpen voor.  Om onze stad voor te bereiden op de klimaatuitdaging wordt er gepleit voor een revitalisatie van Antwerpen als waterstad.

Het doel van de studie is het bewerkstelligen van een watersensitief Antwerpen met een wervende visie op de gehele stad, een aantrekkelijk waterverhaal en sprekende projecten. Naast een aantal overkoepelende doelstellingen die ervoor moeten zorgen dat water in de toekomst een belangrijkere rol gaat spelen in het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van de stad, wordt er per waterstructuur een actieplan uitgewerkt. Het Stadspark maakt deel uit van de waterstructuur of zone Parkenwig. Hoewel de hoogteverschillen in deze zone gering zijn, is het toch mogelijk om een hemelwatercascade te realiseren die deels richting de stadsvijver loopt. 

Schermafbeelding%202020-11-10%20om%2018.23_edited.jpg

Potentieel afstromingsgebied dat afgekoppeld kan worden op de Ruien, afbeelding Waterplan Antwerpen, p.81 © De Urbanisten

Ons voorstel om de oude verbinding tussen de stadsvijver en de ruien te hernieuwen, past in de visie van het Antwerpse Waterplan, waarin het herstel van de oude hydrologische systemen van de stad wordt aangemoedigd.

De stadsvijver is historisch gezien immers altijd een belangrijke schakel geweest in het Antwerpse watersysteem. Sinds de aanleg van de Herentalse Vaart in 1491 werd deze waterpartij (later vestinggracht en vijver) al gebruikt als plaats van waaruit het water naar het stadscentrum werd geleid (o.a de Brouwersbuis sinds 1554). Door de stadsvijver in verbinding te stellen met de ruien, voorkwam men ook dat deze zou overstromen. Overtollig water kon via de ruien immers wegstromen naar de Schelde.

Een herstel van deze historische link betekent dus dat de buffercapaciteit, waarvan sprake is in de studie van Arcadis, grotendeels overbodig wordt. Zo wordt het herstel van het orginele vijverconcept weer mogelijk, zonder dat er wordt ingeboet op de noodzakelijke ontlasting van het rioleringsstelsel. Ongecontroleerde schommelingen in het waterpeil van de stadsvijver behoren daardoor definitief tot het verleden en de grot die Keilig 150 jaar geleden als ijkpunt aan de oever van de vijver plaatste, kan zo zijn orginele functie, als monding van de Schijn, weer opnemen. Op die manier wordt ook het eiland, dat vandaag door het lage grondwaterpeil geheel is verdwenen, als broedplaats voor de watervogels hersteld.

Schermafbeelding 2021-11-26 om 08.48_edited.jpg

Doorsnede rotsformatie met grot en stadsvijver in verbinding met waterbassin in ruien (max. hoogte ruien 4,8m TAW) ter hoogte van Tabaksvest, 2019  © Studio Praesepe  (meer info: zie benuttingspotentieel) 

Door de vijver te verbinden met een waterbassin in de ruien, blijft het waterpeil in dit bassin op hetzelfde niveau als het waterpeil van de vijver. Vanuit het waterbassin kan een tweede waternet worden aangelegd voor diverse types van watergebruik. Dit laatste uiteraard op voorwaarde dat de vijver steeds wordt gevoed met een voldoende groot debiet. De permanente doorstroming die hierdoor ontstaat, heeft bovendien een gunstig effect op de waterkwaliteit van de vijver. 

Daarnaast kan een regelbare overloop in de ruien ervoor zorgen dat er tegemoet wordt gekomen aan de wens van natuurverenigingen om het waterpeil van de vijver periodiek te verlagen. Onderzoek wees immers uit dat dit voor een sterke toename in de biodiversiteit zorgt. 

PLAN%20C%20brialmontlei_edited.jpg

Oude overloop stadsvijver naar ruien Blauwtorenplein (grijs) en Brouwersbuis (oranje) als watertoevoer van het Brouwershuis. Nieuwe verbinding van stadsvijver met ruien via Louiza-Marialei, Frankrijklei, Stoopstraat en Tabaksvest (purperen stippellijn). Oude watertoevoer via Herentalse vaart (geel). Nieuwe watertoevoer via  persleiding Bialmontlei  (blauwe stippellijn) © Studio Praesepe (meer info, zie: park in aanleg en benuttingspotentieel).

Indien we, overeenkomstig het Waterplan, de bestaande niet-circulaire watersystemen van Antwerpen willen omvormen tot circulaire systemen, waarbij we effluent water, grondwaterbemalingen en oppervlaktewater gaan recupereren en benutten voor een tweede, circulair waternet, dan kan dit enkel door ook gebruik te maken van technische systemen (pompen).

Hoewel er naar wordt gestreefd om de stad minder afhankelijk te maken van deze technische systemen, wordt in het Waterplan erkend dat Antwerpen (ondermeer door de ligging van de R1) eenvoudigweg niet meer zonder kan. Het is dus zaak deze technische watersystemen op een intelligente wijze te integreren in een breder kader van natuurlijke watersystemen en waar mogelijk de verholen, historische watersystemen te herstellen.

Ons voorstel tot restauratie van de stadsvijver als hydrologische schakel in het Antwerpse watersysteem en het herstel van zijn eeuwenoude link met de ruien, zijn een cruciale stap in de uitbouw van een duurzaam, stedelijk watersysteem. Hoewel de mogelijkheid van deze connectie en de aanleg van een persleiding vanuit Antwerpen-Noord niet werden onderzocht in het Waterplan, is het duidelijk dat ze een grote troef kunnen zijn in het garanderen van de waterbeschikbaarheid in de binnenstad. Want ook tijdens periodes van langdurige droogte blijft de stadsvijver en het tweede waternet daardoor immers verzekerd van een continuïteit in de watertoevoer, 

Schermafbeelding%202020-11-11%20om%2020.52_edited.jpg
Schermafbeelding%202020-11-11%20om%2020.52_edited.jpg

Bij de opmaak van een herwaarderingsplan voor het Stadspark zou men er dus goed aan doen om de plannen voor deze connectie tussen de stadsvijver en de ruien mee uit te werken.  Zo kan de aanleg van deze leiding in één beweging met de rest van de werkzaamheden in het park kan worden uitgevoerd. Om de haalbaarheid van de vermelde connectie te onderzoeken, lieten we een kostenraming opmaken bij Rooms Renting, een bedrijf dat gespecialiseerd is in de aanleg van nutsleidingen. De totaalkost van deze werken wordt geraamd op € 22.000,- . De prijs is uiteraard indicatief en dient mogelijk aangepast te worden in functie van een gedetailleerde technische studie.

 

De richtprijs werd opgemaakt op basis van het traject zoals getoond met de purperen stippellijn op de afbeelding hierboven. De leiding loopt vanuit de stadsvijver tot aan de Rubenslei, om vervolgens via de Louiza-Marialei, de Franrijklei en de Stoopstraat uit te komen bij de ruien onder de Tabaksvest. Er werd uitgegaan van een leiding met een diameter van 225mm. Deze diameter kan uiteraard aangepast worden in functie van het debiet dat bij hevige regenval via de ruien naar de Schelde moet worden geleid. 

Schijnpoortwegverbinding

Voor een voorlopige samenvatting zie: stand van zaken