150 jaar parkbeheer

Het dempen van de Herentalse vaart in 1931 en het ermee gepaard gaande krimpen van het wateroppervlak van de parkvijver, wordt de eerste in een lange reeks van ingrepen, die nefast blijken voor de glorieuze uitstraling van het Antwerpse Stadspark. Het waterpeil daalt tot op het niveau van het grondwater waardoor de totale oppervlakte van de vijver bijna halveert. De rotsgrot waarlangs het water van de Herentalse vaart de vijver in stroomde, komt als gevolg hiervan circa 2 meter boven het bestaande wateroppervlak (ca.+2m TAW) te liggen. De toegang via de rotsgrot naar de overwelfde vaart wordt dichtgemetseld en de rots raakt overwoekerd door planten. Door het aanhoudend droogpompen van zowat de hele binnenstad komt de vijver sinds 2004 ook steeds vaker droog te staan. De oeverbeschoeiing wordt zo ontbloot en wat nog rest aan oeverbeplanting verliest elke band met de vijver. Het verlanden van het eiland op de hoek van de Rubens- en Van Eycklei heeft de vijver misvormd. Tot februari 2020 zorgde de retourbemaling van een werf op de Belgiëlei ervoor dat er tijdelijk weer wat water in de vijver stroomde. In de containers opgesteld aan de parkrand op de hoek van de Van Eycklei en de Quinten Matsijslei werd het grondwater gezuiverd alvorens het de vijver in stroomde. 

Oorspronkelijk waterpeil stadsvijver (A) en vijver bij normaal grondwaterpeil (B) © G. Adriaenssens

Pas aangelegde rotsgrot, detail foto circa 1870 © Felixarchief

Rotsgrot, december 2019, foto © G. Adriaenssens

Rotsgrot, detail foto circa 1920 © G. Adriaenssens

Droogstaande parkvijver 2018, foto © G. Adriaenssens

Wanneer paard en koets geleidelijk aan uit het park verdwijnen, komen in de plaats daarvan trotse eigenaars hun nieuwe auto's in het park showen. Een afsluiting moet hen hiervan weerhouden. Maar de opkomst van het verkeer was niet te stuiten. Tussen 1933 en 1937 worden alle wegen rond het park heraangelegd. De parkrand versliest daarbij een heel stel bomen. In 1960 wordt het kruispunt bij de Loosplaats heraangelegd. Zowel de beeldengroep van Auguste Rodin (1840-1917) als alle beplanting moet om verkeerstechnische redenen wijken. Door een nieuwe verbreding van de Van Eyck- en de Quinten Matsijslei rond 1970 gaat zowat de hele parkrand eraan. Het oude tracé van Keilig, schemert enkel nog vaag door in de heraangelegde Quinten Matsijslei.

Zicht vanuit Loosplaats op beeldengroep (Auguste Rodin) en Stadspark. Verdwenen na heraanleg kruispunt in 1960, postkaart © Felixarchief

Ook de Tweede Wereldoorlog laat een gehavend park na met Duitse commandobunkers die jarenlang dienst doen als opslagplaats voor verdwaalde munitie en het park vandaag nog ontsieren. Nieuwe gedenktekens ter nagedachtenis aan de eerste en tweede wereldoorlog vinden een onderkomen in het park. Zo wordt Moeder en kind van George Minne (1936) van het Astridplein verplaatst naar het Stadspark. Ook het monument van het 5e linieregiment (R. Lambeau, 1929) komt na twee kazernes te hebben getooid in het park te staan. Het monument der gesneuvelden van WO I (E. Deckers, 1929) verhuist van de Nationale Bank naar de hoek van de Van Eyck- en de Rubenslei. Het grote plein voor het monument zorgt voor een verdere aantasting van het groengehalte van het park en ook de hoofdingang van het park aan de Rubenslei, die ooit een unieke inkijk bood, is vandaag een brede en kale vlakte.

Duitse bunker, foto © G. Adriaenssens

Monument der gesneuvelden WO I (E. Deckers, 1929), foto © Felixarchief

Duitse bunker, foto © G. Adriaenssens

Moeder en kind (G. Minne, 1936) foto © Vlaamse Kunstcollectie

Monument 5e linieregiment © Felixarchief

Ook in het park zet de verstening van de bodem zich verder door. Zo wordt de Melkerij in 1969 afgebroken en vervangen door het sociaal verbruikerspaviljoen City Garden waar ook de Groendienst zijn nieuwe behuizing zal vinden. De kiosk wordt afgebroken en in de plaats hiervan komt er een rolschaatsbaan die later wordt vervangen door een skatepark. De City Garden of latere discotheek Capital, brandt in 2010 helemaal uit. In de plaats hiervan komt het modern ogende Grand Café Capital met cirkelvormig grondplan en aangepaste beplanting.

Taverne City Garden, foto 1979 © Felixarchief

Skatepark op voormalige locatie van de kiosk, foto © Felixarchief

Grand Café Capital, foto © G. Adriaenssens

Doorsnede plan Grand Café Capital © BULK architecten

Drinksalon De Melkerij, afgebroken in 1969, foto © Felixarchief  (voor plan Melkerij, zie park in aanleg)

In 1974 wordt de hangbrug van Keilig als monument beschermd. Samen met de publicaties van J. Moens, het toenmalige hoofd van de Antwerpse Groendienst, is het één van de zeldzame lichtpunten. Op zijn initiatief geeft de stad een wandelbrochure uit met wetenswaardigheden over de bomen en de beelden in het park. Moens gaat ook als eerste op zoek gaat naar de oorsprong van het park en zijn ontwerper.

De recente geschiedenis van het Stadspark is er vooral één van het rooien van bomen. In 1986 doet de Belgische Dendrologische Vereniging een eerste opname van het bomenbestand en telt hierbij nog amper 30 vermeldenswaardige bomen. Wanneer in 2005 een tweede opname plaatsvindt zijn er slechts 13 overlevenden. Meer dan de helft blijkt ondertussen te zijn gerooid om redenen van ziekten, stormschade of veiligheid van mens en verkeer. Ondanks goed bedoelde oproepen is aan het herstel of de vervanging van deze historische beplanting blijkbaar nooit gedacht.

De Standaard, 8 november 2008: Antwerpen zoekt ontwerper om park herin te richten

 

"Via een open oproep gaat het Antwerpse stadsbestuur op zoek naar een ontwerper die een nieuw concept voor het stadspark mag uittekenen. Want het park moet veel opener worden, vindt schepen Ludo Van Campenhout (Open VLD). En als het van hem afhangt, mag het ook groter worden. Hij wil er zelfs een stuk van de Quinten Matsijslei voor opofferen. (...)" 

Wanneer het stadsbestuur in 2008 met de idee komt om een ontwerper aan te stellen die een nieuw concept voor het Stadspark mag uittekenen, leidt dit vrijwel onmiddellijk tot protest van een aantal vooraanstaande Antwerpenaren die samen met het Beschermingscomité SOS Antwerps Stadspark via een open brief een oproep doen om het oorspronkelijke concept van het Stadspark te vrijwaren en het historische karakter ervan niet verder aan te tasten.

Gazet Van Antwerpen, 10 januari 2009:

Open brief aan het College van Burgemeester en Schepenen van Antwerpen naar aanleiding van de berichtgeving over de herinrichting van verschillende stedelijke parken en het Stadspark in het bijzonder.

Geachte dames en heren,

 

Onderstaande personen wensen hun bezorgdheid uit te drukken naar aanleiding van berichten waarbij in diverse stedelijke parken en het Stadspark in het bijzonder meer actieve recreatieve functies zouden ingebracht worden onder de vorm van sportaccommodaties, dit naar analogie van het nieuwe park Spoor Noord. Wij wensen onder geen beding de aanpak in Spoor Noord in vraag te stellen maar wijzen op de duidelijke verschillen met de andere Antwerpse parken:

 

1° Spoor Noord is een gloednieuw park op een plaats waar er nooit één was, en het is dan ook logisch dat dit wordt ingericht naar de inzichten en behoeften van de huidige tijd en de buurt;

 

2° Het is, in tegenstelling tot alle andere parken, minder omringd door drukke verkeerswegen, hoewel men ook daar het langdurig intensief sporten beter niet aanmoedigt.

 

Samen met het Beschermingscomité SOS Antwerps Stadspark wensen we de alarmklok te luiden inzake plannen om sportterreinen in het Stadspark en op andere parken aan te brengen en de parken van een gedeelte van hun groen te ontdoen. Wij menen dat dit een miskenning inhoudt van het historische karakter en de typische functie die onze parken, en in het bijzonder het Stadspark, op dit ogenblik vervullen.

Het Stadspark behoort tot ons cultureel erfgoed. Wij zijn dan ook van oordeel dat dit park zoveel mogelijk moet hersteld worden in zijn oorspronkelijke staat en dat zeker de monumenten en de fauna en flora er goed onderhouden worden om ze volwaardig te behouden voor het nageslacht. Dit is ons inziens een opdracht van de gemeenschap en van de overheid die haar vertegenwoordigt.

Duurzaamheid is een essentieel planologisch principe dat ogenblikkelijke lokale noden overstijgt. Het rooien van gezonde bomen is in dit opzicht volledig te verwerpen, in het Stadspark in het bijzonder omwille van hun cultuurhistorische waarde, maar ook in de andere parken die jammer genoeg al te beperkt in aantal in de stad Antwerpen zijn. Zij maken deel uit van een groene long voor de stad, die meer dan ooit noodzakelijk is gezien ons veranderend klimaat, dat zich bijzonder sterk in onze havenstad laat gevoelen.

Wij hebben vernomen dat men voor de 'restyling' van de parken men een 'topontwerper' zou willen aantrekken, naar aanleiding van het uitschrijven van een wedstrijd door de Vlaams Bouwmeester. Daartoe zou de Stad Antwerpen een programma met functies en behoeften uitschrijven, met als doel het huidige historische park om te vormen tot een hedendaags park.

Deze stap lijkt ons niet gepast voor het Antwerpse stadspark, dat een enorme culturele en historische betekenis heeft, niet enkel voor Antwerpen maar ook voor Vlaanderen. Het Antwerpse stadspark werd in 1867 op de plek van de lunette van Herentals aangelegd naar het ontwerp van de Duits-Belgische tuin- en landschapsarchitect Edouard Keilig, leerling van de Europees vermaarde Peter Joseph Lenné.

Dit park in landschappelijke stijl onderscheidt zich van andere 19de-eeuwse parken door het zorgvuldig gebruik van gezichtsassen, het maximale behoud van reliëfverschillen veroorzaakt door de lunette (brilschans) en de omringende grachten, alsook door het sierlijk uitgewerkte tracé van een centrale stadsvijver met schiereiland en hangbrug.

Het komt er dus op aan om dit geheel te vrijwaren en in zijn oorspronkelijke staat te koesteren, en zeker niet vanuit een zogenaamd romantisch of nostalgisch standpunt enkele relicten ervan in een 21ste-eeuws kaal parklandschap tentoon te stellen. Parken zijn geen modeobject maar levende getuigen van een tijd, monumenten waaraan men niet zomaar ingrijpende veranderingen in mag aanbrengen.

Indien men het Stadspark en ook de andere historische parken op een correcte manier wil beheren en vrijwaren voor de actuele en de toekomstige gebruikers, dient men eerder te zoeken naar deskundigen in historische tuinarchitectuur die, met kennis van zaken, met en in het park aan de slag kunnen gaan met respect voor het cultuurhistorische karakter en de monumentaliteit ervan. Het zou niet slecht zijn om een beheerscommissie voor het Stadspark, dat werkelijk als een uniek cultureel erfgoed in zijn soort kan beschouwd worden, op te richten, waarin deze deskundigen zouden kunnen zetelen.

Bovendien willen wij erop wijzen dat op basis van recente medische gegevens het duidelijk is dat het aanmoedigen van intensieve sporten in een dergelijke, door verkeer sterk gecontamineerde, omgeving niet bevorderlijk is voor de volksgezondheid. Als men een masterplan voor de Antwerpse parken opstelt, dient men er in eerste instantie over te waken dat de druk van de omgeving op de parken aanzienlijk wordt verminderd.

Dit geldt in het bijzonder voor het Stadspark dat omringd is door drie drukke verkeerswegen, waarbij lawaai en vervuiling naar het Stadspark geduwd worden door de relatief hoge gebouwen die het park omringen. Geluidsdempende en stofwerende afsluitingen dringen zich op. Aldus zou het dan ook mogelijk worden om het park tijdens de nacht degelijk af te sluiten waardoor tegelijkertijd criminaliteit in het park vermeden wordt. Bij de materiaalkeuze van dergelijke afsluitingen dient men er wel over te waken dat het park zijn openheid naar buiten niet verliest.

Onderstaande personen vragen dan ook uitdrukkelijk dat het stadsbestuur en de voogdijoverheden die de Antwerpse parken in beheer hebben, met deze aanbevelingen rekening houden en bij het beheer respect opbrengen voor de natuur- en cultuurhistorische waarde van de parken en hun nu reeds, zeer diverse, gebruikers.

 

Met hoogachting

 

Dr. Bob Cools, Ere-Burgemeester van Antwerpen Centrum voor Stadsgeschiedenis, Universiteit Antwerpen, FLW-Geschiedenis
Manu Claeys, bestuurslid, stRaten-Generaal vzw
Bert De Munck, historicus, Centrum voor Stadsgeschiedenis, Universiteit Antwerpen
Ivan Derycke, secretaris, Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis vzw
Ilse Eggers, historica
Stefaan Grieten, bestuurslid, Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis vzw
Dr. Bea Hanssen, voorzitter, Beschermingscomité: SOS Antwerps Stadspark
Marc Hendrickx, secretaris, Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis vzw
Cor Van Istendael, lid van het Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis vzw
Prof. dr. Catharina Lis, Gewoon hoogleraar V.U.B.
Prof. dr. ir. arch. Piet Lombaerde, bestuurslid, Simon Stevin-Vlaams Vestingbouwkundig Centrum vzw en secretaris VCM; voorzitter PROCORO Antwerpen
dr. M. J. Marinus, historica
Prof. dr. Guido Marnef, hoogleraar geschiedenis Universiteit Antwerpen
Alfred Michiels, lid van het Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis vzw
Prof. dr. Guido Persoons, Erelid KCML
Dr. Wouter Rombauts, lid van het Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis vzw
Prof. dr. Hugo Soly, Gewoon Hoogleraar V.U.B.
Prof. dr. Peter Stabel, hoogleraar geschiedenis Universiteit Antwerpen
Wim Strecker, bestuurslid, Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis vzw
Prof. dr. em. Alfons K.L. Thijs, voormalig hoogleraar geschiedenis Universiteit Antwerpen
Dr. Ilja Van Damme, postdoctoraal medewerker van het FWO-Vlaanderen
Prof. dr. Herman Van Goethem, hoogleraar geschiedenis Universiteit Antwerpen
Wim Van Hees
Stephanie Van Houtven, Aspirant FWO - Vlaanderen, V.U.B., Vakgroep Geschiedenis - Onderzoeksgroep HOST
Johan Vanhecke, bestuurslid, Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis vzw
Prof. dr. Eugène Warmenbol, voorzitter, Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis vzw

Het stadsbestuur geeft gehoor aan de oproep en de plannen worden opgeborgen, want ondanks de belabberde staat van het Antwerpse Stadspark bewaart het vrijwel alle bestanddelen van Keiligs oorspronkelijke ontwerp. Professor Katrien Hebbelinck, wiens doctoraat in de kunstwetenschappen ging over het oeuvre van Eduard Keilig in België, formuleert het in 2009 als volgt: 

HEBBELINCK K., Friedrich Eduard Keilig en het Stadspark van Antwerpen, Monumenten, Landschappen & Archeologie (M&L), 2009, 28.2, p. 46-70.

(...) Een optie naar herstel, met inbegrip van zijn historische beplanting, behoort dus tot de mogelijkheden. De toekomst van dit park is meer dan ooit afhankelijk van de wijze waarop het wordt beheerd. Keilig wees reeds op het belang van een accuraat beheer van bij de aanleg. Zijn deskundig groenadvies indachtig, vraagt de aanpak om inzicht in het ontwerp, kennis en ervaring in de planten en een continu hoogwaardig onderhoud. Dankzij Keiligs bijzondere concept en vooruitziende visie, is het Antwerpse stadspark uitgegroeid tot een levend monument van uitzonderlijke erfgoedwaarde. Om dit groenpatrimonium met respect voor zijn verleden in stand houden, moeten het beleid en beheer aan dezelfde voorwaarden van weleer voldoen.

Later dat jaar concluderen Hebbelinck en Plomteux in het dossier ter erkenning van het Antwerpse Stadspark als beschermd monument aldus:

HEBBELINCK K. en PLOMTEUX G, Beschermingsdossier DA002500, 2009

(...) Na 140 jaar van wel en wee, is het Stadspark een levend monument van bijzondere erfgoedwaarde, dat eerst en vooral om een gedegen en (cultuur)historisch verantwoord parkbeheer vraagt en, op termijn, een herstel naar zijn oorspronkelijk concept verdient.