Arcadis

Na een studie van Arcadis uit 2016 waarin de hydrologie en het waterpeil van het Stadspark werd onderzocht, bestelde het stadsbestuur tijdens de vorige legislatuur bij Arcadis een nieuwe conceptstudie mbt de watertoevoer naar de stadsvijver. Hierin werden zes scenario's onderzocht. De hieronder vermelde pagninanummers verwijzen naar de betreffende studie: Arcadis, Stadsparkvijver Antwerpen. Technische conceptstudie mbt watertoevoer en inrichting, 18 maart 2019.

1. Water aanvoeren van bemaling 'den Bell' (p.59-64)

2. Water Kempisch dok (p.65-69)

3. Verschillende bronnen van Antwerpen-Noord via spoorweg (p.70-73)

4. Gebruiken van de Ruien als hemelwaterput (p.74-78)

5. Aanpassing van de riolering in de omgeving van het park (p.79-83)

6. Eenmalige vulling met water (leidingwater, Albertkanaal, Effluent) (p.84-86)

Scenario's 2, 4 en 6 werden niet voor verder onderzoek weerhouden. Scenario 3 diende opnieuw onderzocht te worden, omdat de wijze waarop het werd voorgesteld in de studie, niet overeenstemde met het voorstel in het nieuwe bestuursakkoord. Scenario 1, dat in de studie als beste scenario naar voor kwam, lijkt op basis van de nieuwe feiten minder gunstig dan scenario 3. Scenario 5 is vooral van belang in het kader van de ontlasting van de riolering. 

Hieronder bekijken we de resterende 3 scenario's en plaatsen we kanttekeningen bij sommige aspecten van de studie.

(www.hln.be/in-de-buurt/antwerpen/van-bodempje-water-nu-tot-helemaal-vol-in-2021-stadspark-moet-weer-echte-vijver-krijgen~a9447419)

SCENARIO 5: Aanpassing van de riolering in de omgeving van het park

– Door in de omgeving van het Stadspark hemel- en rioolwater van elkaar te scheiden, kan de vijver gevoed worden met hemelwater.

   (www.aquafin.be › nl-be › gemeenten-en-steden › projecten-met-regenwater)

– Dit levert geen continu debiet op, maar een beperkte en weersafhankelijke watertoevoer. 

– Dit kan een mooi verhaal worden indien de vervuiling van de vijver kan vermeden worden. (p.82)

– Enkele voorbeelden van verontreiniging zijn: polycyclische aromatische koolwaterstoffen of PAK's (van benzine, diesel), oliën, strooizout, bluswater, bewoners die op straat iets in het riool (hemelwaterafvoer) gieten (wassen auto, poetswater, etc.), foutief aangesloten rioleringsbuizen, een ongeluk met toxische stoffen die op het wegdek lekken en het daaropvolgende reiniging door de brandweer, enzovoort.

– Om vervuiling en onvolledige nitrificatie te helpen oplossen wordt er een knijpopening, KWS (koolwaterstof) afscheider, uitstroomconstructie, diffusor, en calamiteitenschuif geïnstalleerd. De zogenaamde 'first flush' bevat het meest verontreinigde water en wordt afgevoerd, waarna het water van betere kwaliteit in de vijver kan stromen. (p.80)

- Wanneer de vervuiling tijdens of na een hevige regenbui optreedt kan niet worden uitgesloten dat er alsnog vervuild water in de vijver terechtkomt.

– Het wordt dus erg belangrijk om de burger bewust te maken van het feit dat de straatkolken niet langer gebruikt moeten worden om afvalwater weg te gieten. (In een sensibiliseringsfilmpje van Farys is te zien wat mensen zoal in de riool dumpen: https://www.farys.be/nl/nietinderiool.)

- Een onderscheidend kenmerk van de straatkolk die aangeeft geen afval(water) in het riool te gieten of een pictogram in de buurt van die straatkolken die het hemelwater naar de stadsvijver afvoeren, zal nodig zijn om te helpen verontreiniging tegen te gaan. (https://www.wetteren.be/hier-begint-de-zee-)

– Hoe groter het watervolume van de vijver, hoe groter de verdunning bij eventuele verontreiniging van de stadsvijver.

– Tenzij grotere gebieden rondom het Stadspark afgekoppeld worden van de riolering, is er slechts sprake van een beperkte ontlasting van het RWZI. (p.81 en 82). Hoe groter het gebied, hoe groter echter de kans op verontreiniging, maar hoe groter ook het volume dat naar de vijver afgevoerd kan worden. 

– Kost afkoppeling van 4 straten: 2 046 500 € (waaronder Jacob Jacobsstraat).

SCENARIO 1: Water aanvoeren van bemaling 'den Bell'

– Dagelijks wordt hier circa 350m³ grondwater weggepompt naar de riolering.

– Volgens de studie is dit onvoldoende om de vijver te vullen tot niveau1 zonder gebruik te maken van bentonietmatten (p.42)

– Bentonietmatten beperken de waterinfiltratie in de vijverbodem wat in tegenspraak is met de doelstelling van het Antwerpse hemelwaterplan:

'Infiltratie en opslag van regenwater in de stadsvijver maximaliseren (...)' (p.29)

'De infiltratie van hemelwater in de ondergrond is een van de belangrijkste overkoepelende maatregelen (...)' (p.29)

– Het historische waterpeil van de parkvijver werd 150 jaar geleden vastgelegd met een ijkpunt in de vorm van een rotsgrot met waterbassin aan de rand van de vijver op de hoek de Van Eycklei en Quinten Matsijslei. Bij een volle parkvijver (niveau 3) loopt het water tot in de grot en ontstaat er opnieuw een eiland in de vijver. (p.42) Ondanks de plaatsing van bentonietmatten wordt het historische waterpeil van de vijver niet gehaald, tenzij een periode van extreme regenval wordt voorafgegaan door een periode van normale tot intensieve regenval. De Antwerpenaar krijgt hierdoor slechts in uitzonderlijke omstandigheden Keilig's oorspronkelijke vijverconcept te zien!

– Om extra bemalingswater aan te voeren naar de stadsvijver wordt er verwezen naar bemalingswater van ziekenhuis Sint Vincentius. De bijkomende kost hiervan staat niet vermeld in deze studie. 

– Het Antwerpse grondwater bevat ijzeroxide, mangaan en een lage concentratie aan biologisch koolstof:

'In het bemalingswater is een hoge concentratie van mangaan terug te vinden, maar de concentratie is nog net aanvaardbaar. De concentratie dient bij voorkeur verlaagd te worden vooraleer het water kan gebruikt worden voor het opvullen van de vijver. Een verhoogde concentratie mangaan gaat gepaard met bladverkleuring en neurologische toxiciteit in fauna.' (p.37)

'Inzake nutriënten bevat het (grond)water een lage concentratie van biologisch beschikbaar koolstof. Dit vormt mogelijks een beperkende factor voor biologische activiteit in de vijver.' (p.61)

'De optie die het minst impact heeft op het natuurlijke karakter van het park is het mengen van het water met een andere bron van water afkomstig van afkoppelingen. Alternatief kan er ter hoogte van de uitstroom een zone van 100m2 met specifieke beplanting voorzien worden waardoor het water stroomt voordat het in de vijver terecht komt'. (p.62)

–  Aangezien periodes van lange droogte deze verdunning met hemelwater niet altijd mogelijk maken en de optie van een toevoer van oppervlaktewater in deze studie niet realiseerbaar wordt geacht, is naast een zuiveringsinstallatie de aanleg van een zone met specifieke beplanting noodzakelijk. Dit heeft een grote impact op het oorspronkelijke vijverconcept.

– Ondanks zuivering van het grondwater zal de depositie van ijzeroxide in de leiding er toe leiden dat deze sneller vervangen moeten worden dan gebruikelijk.

– Zeer beperkte ontlasting van het RWZI (p.62)

– Hoe kleiner het wateroppervlak, hoe minder verkoeling in het park tijdens de zomermaanden.

– 'Kadert binnen een algemeen duurzaam beleid, maar niet in een robuust hemelwaterbeleid'. (p.62)

– Kost pompstation Bell/ aanleg persleiding/ aanleg zone (100m2): 1 228 050,- € (p.63) 

– Kost aanleg bentonietmatten: 484.750,- € (p.56)

Het opvangen en afleiden van hemelwater van daken naar de stadsvijver is een dure maar duurzame maatregel die hoe dan ook uitgevoerd moet worden. Minder vanzelfsprekend is het om hemelwater van de straat af te leiden naar de parkvijver. In dat geval wordt de waterkwaliteit van de vijver, ondanks de voorzuivering, afhankelijk van de verantwoordelijksheidszin van de burger. Daarom moet er voldoende worden ingezet op sensibilisering van de burger en dient er in de mogelijkheid te worden voorzien om in noodgevallen of tijdens de zomermaanden, bij recreatief gebruik van de stadsvijver, de toestroom van hemelwater tijdelijk af te leiden naar de riolering.   

Troebel water na regenbui thv watertoevoer hemelwater Stadspark, februari 2020

© G. Adriaenssens

Helder water in de rest van de stadsvijver, februari 2020 © G. Adriaenssens

Straatkolk met pictogram, september 2020 © Gemeente Wetteren

Indien er geen betere mogelijkheid bestond om water naar de stadsvijver te leiden is dit scenario uiteraard beter dan geen oplossing. Maar het watervolume is beperkt en de waterkwaliteit vraagt om een permanente (dure) zuivering. Zonder toevoer van een derde bron (oppervlaktewater Schijn/ effluent RWZI vanuit Antwerpen-Noord) wordt het orginele vijverconcept verder aangetast wat opnieuw een achteruitgang betekent voor de gehele staat van het beschermd monument. Hoewel dit scenario een oplossing biedt voor het probleem dat zich vandaag stelt met het bemalingswater van het Bell-gebouw, is het op zichzelf dus ontoereikend om tot een herstel te komen van het (historisch) waterpeil van de stadsvijver. Wanneer scenario 1 echter gecombineerd wordt met een watertoevoer zoals beschreven in scenario 3 dan zorgt de eerste watertoevoer er uiteraard voor dat er minder water vanuit Antwerpen-Noord naar de vijver gepompt dient te worden.   

SCENARIO 3: Verschillende bronnen van Antwerpen-Noord via spoorweg

  • een vrijwel onbeperkte hoeveelheid oppervlaktewater (Schijn/Effluent RWZI/hemelwater Ring) staat garant voor een regelbaar debiet van meer 3000m³/d.

  • een waterkwaliteit (Schijn) die in tegenstelling tot andere bronnen jaar na jaar in kwaliteit toeneemt en binnen afzienbare tijd geen bijkomende zuivering meer behoeft.

  • een maximaal gebruik van de bestaande infrastructuur (Schijn-Scheldekoker/Spoorzate), waardoor kosten worden gedrukt en verkeershinder bij de uitvoering nihil is.

  • een groot benuttingspotentiëel: de mogelijkheid om tal van andere parken en fonteinen van water te voorzien en door een herstel van de historische connectie tussen parkvijver en ruien, de mogelijkheid tot het ontwikkelen van een grijswater- of stadswaternet onder het oude stadscentrum. (Een verbinding met de ruien is mogelijk zoals blijkt uit scenario 4, p.75) 

  • een versneld herstel van het grondwaterpeil in de buurt van het Stadspark door maximalisatie van de bodeminfiltratie.

  • een herstel van het oorspronkelijke vijverconcept dat beschouwd wordt als één van de belangrijkste kenmerken van dit beschermd monument. 

  • een betere koeling van het park tijdens de hete zomermaanden dankzij de maximalisatie van het wateroppervlak.

  • een meerwaarde voor de recreatieve mogelijkheden mbt de stadsvijver.

  • een kost van ca. 2 miljoen euro voor de aanleg van een persleiding van pompstation Schijn tot aan de stadsvijver. (zie: kostenraming

De rede dat dit scenario er in de Arcadis-studie niet als beste uitkwam, heeft alles te maken met de kwaliteit van het onderzoek van dit scenario. Zo werd er vanuit gegaan dat er een persleiding moest worden ingegraven over het ganse traject of bevestigd diende te worden aan de buitenzijde van het spoor. Hierdoor zou Ruimte Vlaanderen of het Agentschap Onroerend Erfgoed bezwaar kunnen aantekenen. Ook meende men dat er een gestuurde boring onder de Ring uitgevoerd moest worden om water van het Schijn naar het spoorwegtracé af te leiden. Hierdoor kwam de uiteindelijke kostprijs te liggen op 4.355.700,-€. Bovendien zou slecht 10 tot 100m³/d verpompt kunnen worden naar de stadsvijver. (p.70)

 

Zoals gebleken uit voorgaande pagina's is dit alles onjuist. Zo ligt de kostprijs meer dan 50% lager dan begroot door Arcadis omdat het voorgestelde traject een ander verloop kent en de gestuurde boring onder de R1 bijvoorbeeld overbodig is. Ook het Agentschap Onroerend Erfgoed geeft de voorkeur aan dit scenario boven scenario 1 omdat een haalbaar debiet niet rond 100m³/d blijkt te liggen, maar rond 3000m³/d (dit debiet kan indien nodig aanzienlijk verhoogd worden, zie: technische fiche), waardoor een herstel naar het orginele vijverconcept mogelijk wordt. Wel erkent de Arcadis-studie dat 'elk van de verschillende bronnen in Antwerpen-Noord een quasi continu debiet kan creëren' en verder dat er 'ook op lange termijn een grote zekerheid is van het behoud van het debiet.' (p.71) De waterkwaliteit en de ruimtelijke impact van dit scenario zijn bovendien veel gunstiger dan die van de andere scenario's. 

 

Verder stelt Arcadis dat dit maatschappelijk gezien geen mooi verhaal zou zijn. Het tegendeel blijkt echter uit de vele reacties van buurtbewoners en de circa 4000 handtekeningen die het buurtcomité verzamelde met als voornaamste eis het herstel van de historische link tussen het Schijn en de stadsvijver. Iedere Antwerpenaar zou met plezier het water van het Schijn voor het eerst in bijna 100 jaar terug uit de rotsgrot in de vijver zien stromen om opnieuw van de ware grootte van de vijver te kunnen genieten. Met een bootje ronddobberen op de vijver behoort dan opnieuw tot de recreatieve mogelijkheden van het park. De stelling dat dit geen mooi maatschappelijk verhaal zou zijn, is dan ook uit de lucht gegrepen.

 

Daarenboven weten we ondertussen dat een debiet van ca 960m³/d, zoals tot februari 2020 door retourbemaling van de Argenta-werf op de Belgiëlei naar de parkvijver vloeide, volstaat om het waterpeil van de vijver met enkele centimeters per maand te doen stijgen (van 0,90m TAW tot 2,25m TAW). Enkel scenario 3 kan dit debiet leveren, waardoor het gebruik van een bentonietmat overbodig wordt en de waterinfiltratie in de vijverbodem voor een plaatselijke versterking van het grondwaterpeil kan zorgen.   

Vandaag worden scenario 1 en 3 als gelijkwaardige scenario's voor verder onderzoek bekeken en wordt er naar gestreefd om in 2021 een stabiele waterbron naar de vijver te voorzien. Wanneer we beide scenario's met elkaar vergelijken zou deze keuze eenvoudig moeten zijn. Scenario 3 is veruit de meest duurzame en toekomstgerichte oplossing. Maar niets belet ons uiteraard om beide scenario's uit te voeren, want hoe meer water er naar de parkvijver vloeit, hoe groter het watersurplus dat beschikbaar is voor het voeden van een laag kwalitatief waternetwerk.

Geen van de hierboven vermelde scenario's beschikt over zoveel troeven als scenario 3. Meer dan 400 jaar lang was dit scenario, zij het in gewijzigde vorm, dan ook het scenario dat Antwerpen van drinkwater voorzag. Reeds een beperkt herstel van dit scenario levert grote voordelen op:

SCENARIO 1: den Bell

beperkt debiet (ca. 350m³/d)

 

beperkt waterpeil vijver (niveau 1)

waterkwaliteit verbetert niet

beperkte zuivering nodig

 

inperking vijveroppervlak met 100m2 

(door zuivering in de vijver)

aftakkingen naar andere parken onmogelijk

uitbreiding stadswaternet onmogelijk

(volledige debiet naar vijver)

 

beperking waterinfiltratie vijverbodem 

noodzakelijk

aantasting orginele vijverconcept van beschermd monument

SCENARIO 3: de bronnen van Antwerpen-noord

vrijwel onbeperkt, regelbaar debiet (ca. 3000m³/d, opvoerbaar tot 5000m³/d)

historisch waterpeil vijver (niveau 3)

waterkwaliteit verbetert (Schijn)

tijdelijk beperkte zuivering nodig

geen inperking vijveroppervlak

(eventuele zuivering aan RWZI Deurne)

aftakkingen naar andere parken mogelijk

uitbreiding stadswaternet mogelijk

(overschot debiet voor andere toepassingen)

maximalisatie waterinfiltratie vijverbodem

mogelijk (lokale versterking grondwaterpeil)

herstel orginele vijverconcept van beschermd monument

Ondertussen werd de haalbaarheid van dit traject ook afgetoetst met Infrabel. Voor het traject op de spoorzate is er een doorgang mogelijk van het Luitenant Naeyaertplein tot aan de Oostenstraat (thv de Arendstraat). Voor de verdere formalisering van dit akkoord dient er een detailplan opgesteld te worden waarna het stadsbestuur een aanvraag leidingendossier kan indienen bij Infrabel. Vervolgens kan er worden overgegaan tot de uitvoering van de werkzaamheden. Deze zouden volgens Canalco, het bedrijf dat de kostenraming maakte, ongeveer 4 maanden in beslag nemen indien ze in één beweging uitgevoerd kunnen worden.

Voor wat het verdere traject van de Oostenstraat tot aan de Jacob Jacobsstraat betreft (welke dus overbodig is indien voor de kortste route langs de Brialmontlei wordt gekozen) was er een tijdelijke doorgang mogelijk. Wanneer er werken in de straten parallel met de spoorweg uitgevoerd zouden worden, kon die gelegenheid dan aangegrepen worden voor het verleggen van de leiding. 

Scenario 3 is dus niet enkel de meest duurzame en toekomstgerichte oplossing. Het is ook een technisch haalbare, betaalbare en snel uitvoerbare oplossing. Zeker wanneer er wordt gekozen voor de kortste route via de Brialmontlei. (zie: traject)