Bronnen Antwerpen-Noord

Aan de Antwerpse Ring (R1), ter hoogte van het Sportpaleis, worden jaarlijks miljarden liters zoet water naar de Schelde gepompt. Zowel het rivierwater van het Schijn, als het gezuiverde rioolwater of effluent van Aquafin, als het grond- en hemelwater van de Antwerpse Ring, worden hier, via het Albertkanaal en de havendokken, onbenut weggepompt richting Schelde. Het water in de dokken en het Albertkanaal is brak omdat de Schelde een getijrivier is. Alvorens al dit zoete water dus weg te pompen, zouden we een fractie ervan kunnen aanwenden om parken te voeden of fonteinen van water te voorzien. Want zelfs tijdens de hete zomermaanden, wanneer in Antwerpen de fonteinen worden dichtgedraaid en bomen sterven van de droogte, laten we hier dagelijks  miljoenen liters water zomaar wegvloeien. 

Pompstation Schijn, naast de Antwerpse Ring ter hoogte van het Sportpaleis © Zwarts & Jansma Architecten

Het Groot Schijn is een zijrivier uit het stroomgebied van de Schelde. Hij ontspringt nabij de abdij van Westmalle en stroomt via Zoersel, Oelegem, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Deurne en Borgerhout naar het pompstation aan de R1 en van hieruit verder naar Merksem. Vroeger stroomde het Groot Schijn via de Herentalse vaart tot in de parkvijver en verder via de ruien en de Brouwersvliet naar de Schelde. In 1931 werd de Hertentalse Vaart gedempt en omgevormd tot Plantin en Moretuslei waardoor de link tussen het Stadspark en het Schijn werd doorgeknipt. Vandaag wordt het water van het Schijn via het Albertkanaal weggepompt naar de Schelde. (meer info mbt het Schijn: www.gva.be › cnt › dmf20180328_03434492)

Groot Schijn © Gemeente Schilde

Bovenaanzicht pompstation Schijn naast Antwerpse Ring © Lantis

Door de vele lozingen van afvalwater van de industrie langs het Albertkanaal was het Groot Schijn tot in de jaren '90 nog een stinkende rivier. Maar dankzij jarenlange inspanningen is de rivier vandaag opnieuw springlevend. Bij een laatste onderzoek naar de vissoorten in de rivier vond men karpers, brasems, giebels, snoek, zeelten, roofbleien, windes, voorns, paling en stekelbaars. Daarenboven wordt in de loop van 2020 in Ranst een nieuwe zuiveringsinstallatie geplaatst. Door de vuilvracht van 3800 gezinnen te saneren zal de te hoge concentratie aan coliformen (bacteriën die zich voordoen als gevolg van een besmetting van het water met mest), binnen afzienbare tijd tot het verleden behoren. Met de sanering van de Keerbeek, de enige zijbeek van het Groot Schijn die nog achterbleef qua biologische waterkwaliteit, wordt een laatste stap gezet richting zwembaar water.

 

Aan pompstation Schijn wordt al dit water weggepompt richting Schelde. Zelfs tijdens een hete zomerdag vloeit hier soms meer dan 50.000m³ of 50 miljoen liter zoet water weg. Zo was de waterafvoer op 31 juli 2018: 0,6 m³/sec. 

dagdebiet pompstation Schijn 31/07/2018

0,6 m³ per seconde =                                         600 liter/s
600l. x 60 seconden =                                  36.000 liter/m
36.000l. x 60 minuten =                           2.160.000 liter/u
2.160.000l. x 24uur =                             51.840.000 liter/d

 

51.840.000l x 365 dagen =              18.921.600.000 liter/j

Dit laatste cijfer (19 miljard liter per jaar) klopt uiteraard niet omdat we dan het debiet van een hete zomerdag gelijkstellen met de andere dagen van het jaar. De werkelijke hoeveelheid die hier jaarlijks wordt weggepompt is een veelvoud van dit getal. Hoewel er geen exacte cijfers bekend zijn schat men dat het gemiddelde debiet rond de 160.000m³ per dag ligt. Een normale afvoer ligt ergens tussen de 1 à 2 m³/sec. Bij periodes van regenval kan het debiet stijgen tot boven de 5 m³/sec. In extreme omstandigheden zelfs tot 10 m³/sec. De maximale capaciteit van de pompinstallatie bedraagt 14 m³/sec.  Bij extreme droogte wordt er uiteraard niet gepompt. In voorkomend geval zou het effluent van Aquafin tijdelijk voor een watertoevoer naar de stadsvijver kunnen zorgen.

RWZI Deurne, tussen de Noordersingel en Antwerpse Ring © Aquafin

De rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Noordersingel in Deurne pompt dagelijks grote hoeveelheden bruikbaar water weg richting Lobroekdok. Alvorens dit rioolwater geloosd mag worden dient het eerst te worden gezuiverd. Dit gezuiverde afvalwater of effluent kan volgens Aquafin vandaag reeds, zonder bijkomende zuivering dus, gebruikt worden voor landbouwirrigatie of het aanvullen van de grondwatertafel. Mits een beperkte bijkomende zuivering (in tijden van extreme droogte) is het ook geschikt als grijswater. Het huidige lozingsdebiet bedraagt gemiddeld meer dan 63 miljoen liter per dag of 63.000m³  (23 mio m³/j) en blijft ongewijzigd in de toekomst. 

dagdebiet effluent RWZI Deurne (m³/dag)

 

        gemiddeld:                  63.775

        maximum:                261.408

        minimum:                   28.384

Tenslotte wordt ook het grond- en hemelwater van de Antwerpse Ring aan pompstation Stenenbrug weggepompt naar het Lobroekdok. Het water in het Lobroekdok stroomt via een kanaal op de IJzerlaan weg naar het Asiadok. Door de heraanleg van de R1 zal het Lobroekdok gescheiden worden van het Albertkanaal. De continue toevoer van effluent en hemelwater van de R1 (4 mio m³/j of 11.000m³ /d) zal er op termijn voor zorgen dat de ziltegraad van het water in het Lobroekdok lager zal liggen dan in de andere dokken van de Antwerpse haven. Of het water op termijn ook geschikt zal zijn voor irrigatie is moeilijk in te schatten. Wel staat vast dat het water van het Ringpark opengesteld zal worden voor recreatief gebruik. Met het oog hierop werd in 2017 reeds gestart met de sanering van het dok. (www.antwerpenmorgen.be › projecten › dgv-ringpark-lobroekdok)

Pompstation Stenenbrug tussen Noordersingel en R1, 2018 © G. Adriaenssens

Slachthuissite met heraangelegde Lobroekdok en kanaal Ijzerlaan © Palmbout Urban Landscapes, De Smet Vermeulen architecten en Feddes/Olthof Landschapsarchitecten

De diverse bronnen in Antwerpen-Noord bieden dus een overvloed aan bruikbaar water (dagelijks gemiddeld 234.000m³). Hierdoor is de continuïteit van debiet richting parkvijver verzekerd. In 2016 stelt Arcadis in een eerste studie naar de hydrologie van het Stadspark dat het historische waterpeil (4,0m TAW) bereikt kan worden mits een dagelijkse watertoevoer van 2500m³. Slechts een fractie van het beschikbare water dus. Omdat nieuwe bodemstalen van het talud van de vijver aangeven dat de infiltratiegraad mogelijk hoger ligt dan eerder aangenomen, werd voor de aanleg van het spooraquaduct uitgegaan van een debiet van 3000m³/d. Ondertussen konden we echter vaststellen dat een tijdelijke retourbemaling afkomstig van de Argenta-werf op de Belgiëlei, waar ca. 40m³/u of dagelijks 960m³ werd opgepompt, er in enkele maanden tijd voor heeft gezorgd dat de vijver tot aan de onderkant van de beschoeiing werd gevuld. In februari 2020 kwam het waterpeil van de vijver zo tot op van 2,25m TAW te liggen, waarna de bemaling werd stopgezet.

(TAW: nl.wikipedia.org › wiki › Tweede_Algemene_Waterpassing) (www.hln.be/in-de-buurt/antwerpen/van-bodempje-water-nu-tot-helemaal-vol-in-2021-stadspark-moet-weer-echte-vijver-krijgen~a9447419)

Doorsnede en bovenaanzicht met verschillende waterniveau's en bijhorende volumes ©  Arcadis 2019 

In de Arcadisstudie van 2019 stelt men dat mits het plaatsen van een bentonietmat die de waterinfiltratie in de vijverbodem beperkt, een dagelijkse toevoer van 350m³ grondwater volstaat om het waterpeil aangegeven als niveau 1, te bereiken. Dit grondwater zou bij wijze van retourbemaling afgeleid worden van het Bell-gebouw waar het vandaag wordt weggepompt naar de riolering om te voorkomen dat de kelder (parking) er onder water komt te staan. 

Niveau 2 en 3 zouden enkel bereikt worden bij een langdurige periode van hevige neerslag. Door een scheiding van het hemel- en rioolwater in de omgeving van het Stadspark zou het hemelwater afgeleid kunnen worden naar de parkvijver. De extra buffercapaciteit van de vijver zou dan voor een ontlasting van de riolering zorgen. Dat deze ontlasting van de riolering niet in tegenspraak hoeft te zijn met het permanent aanhouden van het historisch waterpeil (niveau 3) bekijken we later nog in detail. Vroeger zorgde een overloop aan de Rubenslei er immers voor dat de parkvijver nooit overliep en het overtollige water steeds via de ruien (Blauwtorenplein) kon wegstromen naar de Schelde. We gaan hier uitgebreid op in onder benuttingspotentieel.   

Historische waterlijn aangegeven met rode stippellijn, contour oppervlaktewater niveau 1 in lichtblauw en donkerblauwe stip als vroegere overloop vijver naar ruien op het Blauwtorenplein

© Landschapsbeheersplan Stadspark Antwerpen

Grondwaterzuiveringsinstallatie van Argenta-werf Belgiëlei, tijdelijk opgesteld op de hoek van de Van Eycklei  en Quinten Matsijslei door DC Environment, december 2019 ©  G. Adriaenssens

Metingen Stadsparkvijver sinds installatie retourbemaling Argenta-werf begin mei,  © dienst handhaving en milieutoezicht  

Alvorens water naar de parkvijver te leiden is een bijkomende zuivering van hemel-, grondwater of effluent steeds noodzakelijk. Enkel het oppervlaktewater van de Schijn zal dankzij de nieuwe zuiveringsinstallatie in Ranst binnen afzienbare tijd geen bijkomende zuivering meer behoeven. In afwachting hiervan zou volgens Arcadis de minimale zuivering die thans nog nodig is om coliformen te verwijderen, kunnen gebeuren bij het RWZI in Deurne, naast het pompstation. 

Het effluent van het RWZI zal steeds een minimale bijkomende zuivering nodig hebben. Ook dit kan eenvoudig ter plaatse gebeuren. Desalniettemin gaat Aquafin en de stad Antwerpen er vanuit dat het effluent dat vandaag geloosd wordt in het Lobroekdok op termijn het recreatief gebruik van het water in het Ringpark niet in de weg staat. (zie Waterplan p.9, www.urbanisten.nl › wp-content › uploads › Waterplan_Antwerpen)

Wat het hemelwater betreft stelt men in de Arcadisstudie dat water afkomstig van straten en daken vervuild kan zijn met o.a. petroleumderivaten, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), zware metalen en zouten. Bovendien zijn de rioleringsbuizen in sommige huizen aangesloten op de hemelwaterafvoer en is dit niet altijd eenvoudig vast te stellen. Regenwater zal dus steeds een voorzuivering moeten ondergaan alvorens het geloosd kan worden in de stadsvijver. Deze scheiding van hemel- en rioolwater is een dure ingreep die slechts voor een beperkt en onregelmatig debiet naar de parkvijver zal zorgen. Ze is evenwel noodzakelijk indien we de riolering in de omgeving willen ontlasten.

Ook het grondwater/bemalingswater vraagt om een bijkomende zuivering. Het Antwerpse grondwater bevat een hoge concentratie aan ijzer waardoor het in contact met zuurstof oxideert en roestkleurig wordt. Tot voor kort werd het grondwater, afkomstig van de Argenta-werf op de Belgiëlei, gezuiverd alvorens het in de vijver stroomde. Hieronder een overzicht van de kosten die hieraan verbonden zijn: 

DC Environment, januari 2020

(...) Deze prijzen zijn gebaseerd op een gelijkaardige installatie (ontijzeringsinstallatie van ca. 40 m³/u met continue werking d.w.z. dubbel zandfilter) als momenteel staat voor de werken aan het Stadspark in Antwerpen. Afhankelijk van de vergunning kan dit aangepast worden.

  • Mobilisatie / demobilisatie: 10.000 €

  • Aankoop filtergrind: 3.000 €

  • Huur en onderhoud installatie: 1.350 à 1.500 €/week

  • Reinigen buffers: 1.250 €/keer (vermoedelijk 1 x per jaar)

  • Afvoeren en verwerken ijzerslib: 1.250 € (vermoedelijk 1 x per jaar)

  • Elektriciteitsverbruik: 10.000 à 15.000 € per jaar

 

De kosten voor de bemaling en bemalingspompen (incl. energieverbruik) zijn hierin niet opgenomen. (...)

Instroom bemalingswater werf Belgiëlei, oktober 2019 © G. Adriaenssens

De recurrente kosten die gepaard gaan met de zuivering van grondwater zijn dus hoog. Bovendien bevat het Antwerpse grondwater ook een hoge concentratie aan mangaan. Deze wordt bij voorkeur verlaagd omdat 'een verhoogde concentratie mangaan gepaard gaat met bladverkleuring en neurologische toxiciteit in de fauna.' (Arcadis, 2019 p.37)

Verder bevat het grondwater ook 'een lage concentratie van biologisch beschikbaar koolstof wat mogelijks een beperkende factor is voor de biologische activiteit in de vijver.' (Arcadis, 2019, p.61) Bijkomende zuivering van het grondwater in de parkvijver is dus aangewezen. (...) 'De optie die het minst impact heeft op het natuurlijke karakter van het park is het mengen van het (bemalings)water met een andere bron (...) Alternatief kan er ter hoogte van de uitstroom een zone van 100m2 met specifieke beplanting voorzien worden waardoor het water stroomt voordat het in de vijver terecht komt' (...). (Arcadis, 2019, p.62)

 

Aangezien hemelwater nooit voor een constante verdunning van het bemalingswater kan zorgen, betekent de keuze voor het vullen van de vijver met grondwater (naast een beperking van de bodeminfiltratie met een bentonietmat en een permanente en weinig duurzame zuiveringskost), ook een verdere aantasting van Keilig's oorspronkelijke vijverconcept (tenzij er natuurlijk bijkomend wordt voorzien in een externe watertoevoer vanuit Antwerpen-Noord).

 

Zowel wat het beschikbare volume als de kwaliteit van het water betreft is de keuze voor het rivierwater van het Schijn veruit de meest duurzame optie. Aanvullend kan de keuze voor het effluent in tijden van droogte een goed alternatief zijn. Een stabiele watertoevoer vanuit Antwerpen-Noord garandeert niet enkel een volle stadsvijver, ze versterkt ook het grondwaterpeil in de omgeving van het Stadspark. Bovendien maakt een een groter debiet het gebruik van een bentonietmat ook overbodig.