Bodeminfiltratie

Hoewel de studie van Arcadis uit 2019 stelt dat het aanbrengen van bentonietmatten in de stadsvijver beperkt zou blijven tot de vijverbodem en niet zou gelden voor de vijverwanden, blijft deze inperking van de waterinfiltratie in de bodem in tegenspraak met de doelstellingen van het Antwerpse hemelwaterplan. Zo lezen we op p.29 van de Arcadisstudie dat '(...)infiltratie en opslag van regenwater in de stadsvijver gemaximaliseerd moet worden (...)' en verder dat '(...) de infiltratie van hemelwater in de ondergrond een van de belangrijkste overkoepelende maatregelen is (...)'.

Om de waterinfiltratie te maximaliseren, worden de parkeerzones en pleinen in en rond het Stadspark vandaag onthard. Mocht de vijverbodem vervolgens op een onnatuurlijke wijze worden afgedicht, omdat er wordt vanuit gegaan dat een beperkt debiet van de bemaling vanuit het Bell-gebouw op zichzelf geen andere oplossing toelaat, dan is dit kiezen voor dure en weinig duurzame oplossing. Zeker omdat er andere, meer natuurlijke manieren bestaan om het water in de vijver te houden.

Knipsel.jpg

Aanleg vijver met bentonietmatten

Bentoniet-Naue-Bentofix-A-1210x423.jpg

Bentonietmat

Zo zorgt een voldoende groot en permanent aangehouden debiet er na verloop van tijd voor dat de lekken in iedere vijver op natuurlijke wijze dichtslibben. Zelfs op de zanderige ondergrond van Herkenrode, waar de vijvers jarenlang droog stonden, lukte het om ondanks de lekken en de mollengangen, de oude vijvers terug in gebruik te nemen. De nabij gelegen Demer zorgde hierbij drie jaar lang voor een watertoevoer.  

boerVijver-1.jpg

Oude droogstaande vijvers Herkenrode, hersteld door watertoevoer Demer

Schermafdruk%202020-02-16%2019.18_edited

Jacob Van Strij (1756-1815), Herder en herderin met runderen en schapen bij waterpoel

Ook op erg waterdoorlatende ondergronden kunnen er dus natuurlijke poelen en vijvers ontstaan. Meestal gebeurt dit op lager gelegen plaatsen waar organisch materiaal samenkomt en compacteert of op plekken waar dieren (schapen, varkens, koeien,...) trappelen, mesten en wentelen.

Een oude methode om vijvers aan te leggen waarbij deze processen worden geïmiteerd, wordt gleying genoemd. Drie processen worden verondersteld bij te dragen in de natuurlijke beperking van de waterinfiltratie in de bodem: 

1. Het getrappel van dieren en het ermee gepaard gaande trillen van de grond haalt de grovere delen als steen en grind naar boven, terwijl de fijnere delen naar onderen zakken en daar voor verdichting zorgen. 

 

2. Organisch materiaal van takjes en bladeren zinkt tot op de vijverbodem waar het wordt afgebroken tot de kleinste bestanddelen.  Dit fijne slib zorgt voor een natuurlijke afdichting van de vijverbodem.

3. De anaerobe bacteriën die voor de afbraak zorgen, vormen een gladde en slijmerige laag tussen het gezonken organisch materiaal.  Dit biologisch membraan zorgt voor een natuurlijke, quasi waterdichte film op de vijverbodem.

Wanneer een voldoende groot debiet naar de stadsvijver kan worden geleid, zorgen natuurlijke processen op de vijverbodem er na verloop van tijd dus voor dat de waterinfiltratie wordt beperkt en het waterpeil van de vijver begint te stijgen. Een tijdelijke bemaling vanuit de Argenta-werf op de Belgiëlei heeft dit reeds aangetoond. (zie: bronnen)

Bovendien zorgt de toenemende druk van de watermassa op de vijverbodem ervoor dat de waterinfiltratie in de bodem vermindert naarmate het volume toeneemt. De resterende bodeminfiltratie zorgt niet alleen voor een versterking van het momenteel problematische grondwaterpeil in de omgeving, maar heeft ook een gunstig effect op het tegengaan van de zoutintrusie vanuit de Schelde. Dit laatste is niet alleen problematisch voor het groen in de stad, maar zorgt ook voor de aantasting van de betonnen fundering van gebouwen.

(https://www.hln.be/antwerpen/goed-nieuws-voor-laag-antwerps-grondwater-licht-vervuild-water-van-bouwwerven-mag-opnieuw-bodem-in~a1e48daf/)

Omdat Antwerpen door het sluiten van de Ring in de toekomst wordt afgesneden van de laatste van grondwatertoevoer vanuit het noorden, wordt een bijkomende watertoevoer naar de stadsvijver, meer dan ooit noodzakelijk. (zie: spooraquaduct) De mogelijkheid van een vrijwel onbeperkte watertoevoer vanuit Antwerpen-Noord (Schijn/effluent/hemelwater R1), maakt de aanleg van bentoniet- of kleimatten dus overbodig. Daardoor bespaar je niet alleen de kost voor de aanleg van een bentonietmat uit (circa €500.000,-), maar vermijdt je ook toekomstige moeilijkheden bij het verwijderen van slib op de vijverbodem.

IMG_4594-1_edited.jpg

Het ruimen van het slib van de vijverbodem, De Stad Antwerpen, 1931 © Studio Praesepe