STADSPARK
ANTWERPEN
Doorstroming
Dat de stadsvijver sinds het dempen van de Herentalse Vaart in 1931 vooral een sierfunctie heeft, is gezien zijn ontstaansgeschiedenis een vrij ongewone situatie. Sinds 1491 was deze waterpartij immers steeds een belangrijke schakel in het Antwerpse watersysteem. Zo stroomde het water via deze weg naar het stadscentrum waar het als drinkwater werd gebruikt. (zie: wapper)
Ook toen Keilig de vestinggracht van de Lunet Herentals in 1867 omvormde tot een sierlijke waterpartij, bleven de twee overlopen aan de kant van de Rubenslei behouden. Een eerste overloop, de zogenaamde Brouwersbuis (1554), leidde het water naar het Brouwershuis. Een tweede buis liep via de Rubens- en Maria-Henriëttalei naar de ruien op het Blauwtorenplein, waar het water via de Wapper kon wegstromen naar de Schelde.

Nieuwe verbinding vijver met ruien via ruien Maria-Louizalei naar ruien Tabaksvest (purper). (zie: waterstudies/waterplan)
Oude overloop vijver via ruien Rubenslei naar Blauwtorenplein (grijs) en Brouwersbuis (oranje). Oude watertoevoer Herentalse Vaart via grot (geel) © Studio Praesepe (zie: park in aanleg)
Door de historische link tussen de Schijn en de stadsvijver te herstellen, zou de vijver zijn historische rol weer kunnen opnemen. Gezien het vrijwel onbeperkte debiet dat beschikbaar is in Antwerpen-Noord, zou een permanente watervoeding van de vijver ook betekenen dat van hieruit het geplande stadswaternet van water kan worden voorzien. Door de vijver weer in verbinding te stellen met de ruien kan dit tweede waternet op termijn dus voor een aanzienlijke besparing op het drinkwaterverbruik zorgen. (zie: benuttingspotentiëel)
De daarmee gepaard gaande doorstroming van het water in de stadsvijver zorgt tevens voor een betere waterkwaliteit. Bovendien kan tijdens de hete zomerdagen het zuurstofgehalte van dit water in het RWZI worden verhoogd, waardoor vissterfte in de vijver wordt voorkomen. Hierbij is het van belang dat de vijver net als vroeger van twee uitstroompunten wordt voorzien. Alleen zo kan immers worden vermeden dat de waterkwaliteit in de ene helft van de vijver beter is dan in de andere.
Waterpeil
Omdat de grot die Keilig bij de aanleg van het Stadspark aan de oever van de vijver plaatste, in het Erfgoedbeheerplan nooit als ijkpunt voor het waterpeil van de vijver werd omschreven, was er in de daaropvolgende studies naar de waterhuishouding van de vijver, geen duidelijkheid over het juiste historische waterpeil. Als gevolg hiervan liepen de schattingen hierover uiteen, gaande van 4,00 m TAW tot 4,50 m TAW. Door zelf een landmeter aan te stellen, konden we nagaan dat de rand van het waterbassin in de grot op 3,86 m TAW ligt. Daaruit leiden we af dat het oorspronkelijke waterpeil van de stadsvijver op circa 3,90 m TAW moet hebben gelegen. (TAW: nl.wikipedia.org › wiki › Tweede_Algemene_Waterpassing)



Opmeting rand waterbassin grot (3,86 m TAW) door Topo 4D, 17/06/2021 © Studio Praesepe
In 2016 stelt Arcadis in een eerste studie naar de hydrologie van het Stadspark dat het vermeende historische waterpeil van 4,00 m TAW bereikt kan worden mits een dagelijkse watertoevoer van 2500 m³. Omdat later genomen bodemstalen van het talud van de vijver aangaven dat de infiltratiegraad mogelijk hoger lag, gingen we in onze voorstudie voor de aanleg van een spooraquaduct uit van een debiet van 3000 m³/d.
Een tijdelijke retourbemaling van 960 m³/d, afkomstig van de Argenta-werf op de Belgiëlei, zorgde er sinds mei 2019 voor dat de vijver in enkele maanden tijd tot aan de onderkant van de oeverbeschoeiing werd gevuld. Zo kwam het waterpeil van de stadsvijver in februari 2020 op 2,25 m TAW te liggen, waarna de bemaling werd stopgezet en het waterpeil terug begon te dalen (5 cm per week). Mocht deze daling zich hebben doorgezet, dan had de vijver in juli 2020 opnieuw droog gestaan. De stopzetting van een aantal bemalingen in de omgeving van het Stadspark en een meer dan gemiddelde neerslag zorgden er evenwel voor dat het (grond)waterpeil begon te stabiliseren op ca. 2,00 m TAW en in het najaar van 2021 zelfs terug begon te stijgen tot 2,55 m TAW. Ook de natuurlijke afdichting die was ontstaan op de vijverbodem als gevolg van het verrottingsproces van organisch materiaal, droeg bij aan dit bemoedigende resultaat.
(www.hln.be/in-de-buurt/antwerpen/van-bodempje-water-nu-tot-helemaal-vol-in-2021-stadspark-moet-weer-echte-vijver-krijgen~a9447419)

Metingen Stadsparkvijver sinds installatie retourbemaling Argenta-werf begin mei, © dienst handhaving en milieutoezicht

Vijverbodem 23/06/2018: 0,90 - 1,20 m TAW

Stadsvijver 18/03/2020: 2,15 m TAW

Stadsvijver 23/12/2021: 2,55 m TAW
Een studie van Arcadis van maart 2019 stelt dat, mits het plaatsen van een bentonietmat die de waterinfiltratie in de vijverbodem beperkt, een watertoevoer van 350 m³/d zou volstaan om de stadsvijver een waterpeil van 2,70 m TAW te laten bereiken (niveau 1). Dit bemalingswater zou vanuit de kelders van het Bell-gebouw naar de vijver worden geleid, in plaats van het daar verder via de riolering weg te laten stromen.
Ook volgens deze studie zou een waterpeil van 3,50 m TAW of 4,00 m TAW (niveau 2 en 3) enkel bereikt kunnen worden bij een langdurige periode van hevige neerslag.
Door een scheiding van het hemel- en rioolwater in de omgeving van het Stadspark, zou het hemelwater naar de vijver afgevoerd kunnen worden. Zo zou de buffercapaciteit van de vijver bij extreme neerslag voor een ontlasting van het rioleringsstelsel zorgen.
Dat deze ontlasting van het rioleringsstelsel niet in tegenspraak hoeft te zijn met de realisatie van het historisch waterpeil van de stadsvijver, bekijken we later in detail. Vroeger zorgden twee overlopen aan de Rubenslei er immers voor dat de stadsvijver nooit overliep en het overtollige water steeds via de ruien kon wegstromen naar de Schelde.
Een nieuwe versie van dit model waarbij rekening wordt gehouden met periodes van extreme neerslag als gevolg van een veranderend klimaat, maakt het mogelijk om een herstel van het orginele vijverconcept te verzoenen met de eisen van een veranderend klimaat. (zie: benuttingspotentieel )

Historische waterlijn aangegeven met rode stippellijn, contour oppervlaktewater niveau 1 in lichtblauw en donkerblauwe stip als vroegere overloop vijver naar ruien op het Blauwtorenplein © Landschapsbeheersplan Stadspark Antwerpen

Verschillende waterpeilen ter hoogte van de Keiligbrug © Arcadis 2019

Doorsnede en bovenaanzicht met verschillende waterpeilen en bijhorende watervolumes © Arcadis 2019

2,50m TAW

3,30m TAW

2,70m TAW
.jpg)
3,50m TAW

2,90m TAW

3,70m TAW

3,10m TAW
.jpg)
3,90m TAW: historisch waterpeil
© Studio Praesepe
Bodeminfiltratie
Hoewel de studie van Arcadis uit 2019 stelt dat het aanbrengen van bentonietmatten in de stadsvijver beperkt zou blijven tot de vijverbodem en niet zou gelden voor de vijverwanden, blijft deze inperking van de waterinfiltratie in de bodem in tegenspraak met de doelstellingen van het Antwerpse hemelwaterplan. Zo lezen we op p.29 van de Arcadisstudie dat '(...)infiltratie en opslag van regenwater in de stadsvijver gemaximaliseerd moet worden (...)' en verder dat '(...) de infiltratie van hemelwater in de ondergrond een van de belangrijkste overkoepelende maatregelen is (...)'.
Om de waterinfiltratie te maximaliseren, worden de parkeerzones en pleinen in en rond het Stadspark vandaag onthard. Mocht de vijverbodem vervolgens op een onnatuurlijke wijze worden afgedicht, omdat er wordt vanuit gegaan dat een beperkt debiet van de bemaling vanuit het Bell-gebouw op zichzelf geen andere oplossing toelaat, dan is dit kiezen voor dure en weinig duurzame oplossing. Zeker omdat er andere, meer natuurlijke manieren zijn om tot een duurzaam herstel van het waterpeil van de stadsvijver te komen.

Aanleg vijver met bentonietmatten

Bentonietmat
Zo zorgt een voldoende groot en permanent aangehouden debiet er na verloop van tijd voor dat de lekken in iedere vijver op natuurlijke wijze dichtslibben. Zelfs op de zanderige ondergrond van Herkenrode, waar de vijvers jarenlang droog stonden, lukte het om ondanks de lekken en de mollengangen, de oude vijvers terug in gebruik te nemen. De nabij gelegen Demer zorgde hierbij drie jaar lang voor een watertoevoer.

Oude droogstaande vijvers Herkenrode, hersteld door watertoevoer Demer

Jacob Van Strij (1756-1815), Herder en herderin met runderen en schapen bij waterpoel
Ook op erg waterdoorlatende ondergronden kunnen er dus natuurlijke poelen en vijvers ontstaan. Meestal gebeurt dit op lager gelegen plaatsen waar organisch materiaal samenkomt en compacteert of op plekken waar dieren (schapen, varkens, koeien,...) trappelen, mesten en wentelen.
Een oude methode om vijvers aan te leggen waarbij deze processen worden geïmiteerd, wordt gleying genoemd. Drie processen worden verondersteld bij te dragen in de natuurlijke beperking van de waterinfiltratie in de bodem:
1. Het getrappel van dieren en het ermee gepaard gaande trillen van de grond haalt de grovere delen als steen en grind naar boven, terwijl de fijnere delen naar onderen zakken en daar voor verdichting zorgen.
2. Organisch materiaal van takjes en bladeren zinkt tot op de vijverbodem waar het wordt afgebroken tot de kleinste bestanddelen. Dit fijne slib zorgt voor een natuurlijke afdichting van de vijverbodem.
3. De anaerobe bacteriën die voor de afbraak zorgen, vormen een gladde en slijmerige laag tussen het gezonken organisch materiaal. Dit biologisch membraan zorgt voor een natuurlijke, quasi waterdichte film op de vijverbodem.
Wanneer we met een spooraquaduct dus een voldoende groot debiet naar de stadsvijver kunnen leiden, zorgen natuurlijke processen op de vijverbodem er na verloop van tijd dus voor dat de waterinfiltratie wordt beperkt en het waterpeil van de vijver begint te stijgen. Een tijdelijke bemaling vanuit de Argenta-werf op de Belgiëlei heeft dit reeds aangetoond. (zie: bronnen)
Ook de toenemende druk van de watermassa op de vijverbodem zorgt ervoor dat de infiltratie van water vermindert naarmate het watervolume toeneemt. De resterende bodeminfiltratie zorgt niet alleen voor een versterking van het momenteel problematische grondwaterpeil in de omgeving, maar heeft ook een gunstig effect op het tegengaan van de zoutintrusie vanuit de Schelde. Dit laatste is niet alleen problematisch voor het groen in de stad, maar zorgt ook voor de aantasting van de betonnen fundering van gebouwen.
De mogelijkheid van een vrijwel onbeperkte watertoevoer vanuit Antwerpen-Noord (Schijn/effluent/hemelwater R1), maakt de aanleg van bentoniet- of kleimatten dus overbodig. Daardoor bespaar je niet alleen op de kost voor de aanleg van een bentonietmat (circa €500.000,-), maar vermijdt je ook toekomstige moeilijkheden bij het verwijderen van slib op de vijverbodem.

Het ruimen van het slib van de vijverbodem, De Stad Antwerpen, 1931 © Studio Praesepe