Benuttingspotentieel

Door het aanbrengen van een persleiding langs het spoorwegtracé, kunnen de bronnen gelegen in Antwerpen-Noord (Schijn/effluent), op eenvoudige wijze naar de stadsvijver worden geleid. Op die manier kunnen ook andere parken op dit traject van (grijs)water worden voorzien. Park Spoor Oost of het nieuw geplande park op Zurenborg zouden zo dus verzekerd zijn van een stabiele waterbron. Hierdoor kunnen de parken tijdens de hete zomermaanden worden gesproeid, zonder dat er kostbaar drinkwater wordt verspild. Ook voor de Antwerpse Zoo zou de aansluiting op dit tweede waternet een grote besparing op het drinkwaterverbruik kunnen betekenen.

SpooraquaductPlan20200124V2a 2.jpg

Mogelijke aftakkingen watertoevoer Stadspark met aanduiding ruien en premetro voor mogelijke ontwikkeling grijswaternetwerk, 2018 © Studio Praesepe

Aansluitend kan het water dat toekomt in de stadsvijver, via een leiding langs de Louiza-Marialei, in verbinding worden gesteld met een waterbassin in de ruien. Dit waterbassin hoeft niet veel groter te zijn dan een standaard hemelwaterput. Door de wet van de communicerende vaten blijft dit waterbassin steeds op hetzelfde waterpeil als de stadsvijver. Vanuit dit waterbassin kan de aanzet worden gegeven voor de ontwikkeling van een tweede waternet onder de ganse binnenstad. Door leidingen aan te brengen op de wanden van de ruien en de premetro heeft het stadscentrum zo meer water ter beschikking voor verschillende types van waterverbruik. Volgens recente inzichten (zie: droogtestudie) kan dit tweede waternet verder worden verfijnd door gebruik te maken van het rioleringsnetwerk.

(www.apache.be/2019/07/30/stadsvijver-kan-antwerpen-redden-van-uitdroging/?sh=355e5b4fc2bc462d4ae48-1875097403) 

Schermafbeelding 2021-11-26 om 08.48_edited.jpg

Stadsvijver in verbinding met waterbassin in ruien ter hoogte van Tabaksvest, 2019  © Studio Praesepe

Zolang de stadsvijver dus verzekerd is van een voldoende grote wateraanvoer vanuit Antwerpen-Noord, kan de vijver zijn oude hydrologische functie, als als schakel in het Antwerpse watersysteem, terug opnemen. Al sinds de aanleg van de Herentalse vaart in 1491 werd het water van de Schijn via deze weg naar de binnenstad geleid. Later stroomde het water van de Herentalse Vaart via de vestinggracht van de Lunet Herentals, de stad in. Toen Keilig deze gracht in 1867 omvormde tot een sierlijke waterpartij, bleven de twee overlopen aan de kant van de Rubenslei behouden. Langs hier stroomde het  overtollige water naar de binnenstad. Een eerste overloop, de zogenaamde Brouwersbuis (1554), leidde het water naar het Brouwershuis. Een tweede buis liep via de Maria-Henriëttalei naar de ruien op het Blauwtorenplein, waar het water via de Wapper kon wegstromen naar de Schelde.

De geschiedenis van dit stukje erfgoed leert dus dat de vijver altijd een hydrologische functie heeft gehad. Door die functie te herstellen zou deze waterpartij opnieuw die historische rol kunnen opnemen, zij het in een nieuwe vorm, als voeding voor het eerder vermelde tweede waternet. Bovendien zou deze doorstroming ook voor een betere waterkwaliteit van de vijver zorgen.

Door het waterbassin te voorzien van een regelbare overloop, krijgen we ook weer de volledige controle over het waterpeil van de stadsvijver. Zo kan het historische waterpeil (ca. 3,90m TAW) bereikt en gehandhaafd worden en kan er tegelijk tegemoet gekomen aan de wens van natuurverenigingen om de waterspiegel soms beperkt te laten zakken. Een periodiek ondiepere waterkolom in bepaalde zones zou namelijk voor een sterke toename in de biodiversiteit zorgen, wat tegemoet komt aan een belangrijke hedendaagse behoefte. 

Bij extreme neerslag kan het overtollig water uiteraard rechtstreeks worden afgeleid naar de Schelde.* Aangezien het om water van de stadsvijver gaat, hoeft dit dus niet gezuiverd te worden voor de lozing. Daardoor blijft de ontlasting van het rioolstelsel bij noodweer behouden.

Het spreekt voor zich dat het overtollige hemelwater eerst nog andere waterbassins en wadi's in de binnenstad kan voeden, alvorens het in de Schelde stroomt.

*(Het waterpeil van de Schelde schommelt tussen de 0 en 6,0 m TAW. D.w.z dat bij hevige regenval het water 50% van de tijd gravitair afgevoerd kan worden naar de Schelde. Indien er ook aan de Schelde een bassin wordt voorzien, kan bij hoogtij het overtollige water alsnog in de Schelde worden gepompt. Uiteraard zou dit tijdelijke watersurplus in eerste instantie naar infiltratiepunten en waterbassins in de stad geleid kunnen worden, alvorens het naar de Schelde af te voeren.

Er zou vandaag ook worden bekeken of het mogelijk is om een overloop richting Kempisch dok te maken. Aangezien het waterpeil in het Kempisch dok op circa 4,30 m TAW ligt, is het ons niet duidelijk hoe zo'n overloop tot stand kan worden gebracht zonder pompinstallatie die 50% meer zal moeten pompen dan bij een gravitaire afvoer naar de Schelde. Het ideale waterpeil van de vijver ligt immers op circa 3,90 m TAW) (zie: stand van zaken)

PLAN%2520C%2520brialmontlei_edited_edite

Mogelijke verbinding met waterbassin in ruien ter hoogte van Tabaksvest (purper).  Deze verbinding is mogelijk zoals blijkt uit scenario 4 van de Arcadisstudie, p75, 2019  © Studio Praesepe

Oude overloop vijver naar ruien Blauwtorenplein (grijs) en brouwersbuis (oranje) als watertoevoer van het Brouwershuis © Studio Praesepe (zie: park in aanleg)

Het herstel van het historische waterpeil zorgt ook voor een quasi verdubbeling van het watervolume van de stadsvijver. (zie: technische fiche) Dit zorgt tijdens de hete zomerdagen voor een extra verkoeling in het park.

Door het veranderende klimaat zal de hittestress in onze steden nog toenemen omdat steden hitte-eilanden zijn. Hittestress is niet alleen onaangenaam voor de meeste bewoners, het is ook erg ongezond, zeker voor kwetsbare groepen als ouderen en kinderen. Omdat fonteinen, net als parken en vijvers voor de nodige verkoeling van de stad zorgen, is extra groen en water erg belangrijk. Willen we de leefbaarheid van onze stad dus vrijwaren, dan dienen we een fractie van de beschikbare watervolumes in Antwerpen-Noord naar het stadscentrum af te leiden. Want wie meer groen en fonteinen wil in de binnenstad, zal ook voor meer water moeten zorgen. Een spooraquaduct kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren.

260px-0978Brabofontein_Grote_Markt_Antwe

Brabofontein, Grote Markt

6167416_b3fI1yaQhnip-gTLElJmNIO4Wptj_7N4

Fontein Wapperplein

Botanical_garden_edited.jpg

Plantentuin 'Den Botaniek', Leopoldstraat

Als Antwerpen per inwoner evenveel fonteinen zou willen als Rome, dan zouden er maar liefst 280 fonteinen moeten bijkomen in onze stad. Misschien teveel van het goede, maar vooral onbetaalbaar, omdat de Antwerpse fonteinen worden gevoed met kostbaar drinkwater (ca.14.000 m³/j).

Onder iedere Antwerpse fontein bevindt zich een waterbassin waarvan de inhoud tweemaal per maand moet worden ververst. In de tussentijd moet het bassin ook regelmatig worden bijgevuld als gevolg van waterverlies door verdamping, lekkage, etc. Tijdens de zomermaanden worden de Antwerpse fonteinen dan ook meermaals dichtgedraaid om de verspilling van kostbaar drinkwater tegen te gaan. Rome kent dit probleem niet omdat men er het oppervlaktewater gebruikt om de fonteinen, vijvers en parken te voeden, alvorens het overtollige water naar zee te laten stromen. In Antwerpen pompen we al dit kostbare water, via het Albertkanaal en de dokken, weg naar de Schelde.

Gezien de ligging van de Brabo- en  de Wapperfontein (beide zijn gelegen aan de ruien) zou het relatief makkelijk zijn om deze fonteinen op termijn aan te sluiten op het tweede waternet. Hierdoor zouden tijdens een hittegolf alvast twee Antwerpse fonteinen water kunnen blijven spuiten. Ook de botanische tuin in de Leopoldstraat zou makkelijk gevoed kunnen worden met water vanuit de ruien. 

IMG_2365%202_edited.jpg

Fontein aan de oever van de Rhône in Lyon, foto 2018  © Studio Praesepe

IMG_2255%202_edited.jpg

De Lauch in het stadscentrum van Colmar, foto 2018 © Studio Praesepe

Veel andere steden gingen Antwerpen reeds voor in het recreatief gebruik van oppervlaktewater. Zo vindt men aan de oevers van de Rhône in Lyon verscheidene fonteinen die gevoed worden met rivierwater. Ook de rivier de Lauch in Colmar zorgt, ondanks zijn beperkt debiet, tijdens de hete zomermaanden voor heel wat verkoeling. Wanneer wij ervoor zouden kiezen om water via de Brialmontlei (zoals beschreven in traject) naar de parkvijver te leiden, zou een nieuwe fontein op de Loosplaats haast vanzelfsprekend zijn. Voor een spektakelfontein wijken we best uit naar het Lobroekdok, waar het geluid van het water, het geraas van het verkeer op de Ring kan overstemmen.  

Schermafdruk%202020-01-25%2022.13_edited

Barcelona, Font Màgica, foto 2012  © Studio Praesepe

Omdat 20% van ons drinkwater wordt gebruikt voor toiletdoorspoeling, kan de extra watertoevoer vanuit Antwerpen-Noord natuurlijk ook worden aangewend om deze verspilling van drinkwater tegen te gaan. Wanneer de stadsvijver gevuld is en de bodem en het talud verzadigd zijn, ontstaat er een overschot in het debiet. Zoals vermeld kan dit surplus kan aangewend worden als voeding voor het tweede waternet.

Maar zelfs indien het volledige debiet van 3000³ m/d nodig zou zijn om de vijver gevuld te houden, wat gezien de recente bevindingen mbt tot de infiltratiegraad van de vijverbodem erg onwaarschijnlijk is, dan nog kan met dezelfde pomp makkelijk 2000 m³/d meer naar de stadsvijver worden verpompt. Ter illustratie van wat dit mogelijk kan betekenen voor de besparing van het drinkwaterverbruik, maakten we hieronder een berekening van het waterverbruik voor de toiletdoorspoeling van de Antwerp Tower:

De Antwerp Tower telt circa 250 toiletten. Naast twee kantoorverdiepen, een verdiep met restaurants en een winkelruimte, telt het gebouw circa 220 wooneenheden.

Het normale waterverbruik van een modern toilet ligt op 18 liter per dag per persoon. (3 x 3 à 9 liter/dag)

Het gros van de appartementen in de A-tower (ca. 192) hebben slechts één slaapkamer.

Als we er vanuit gaan dat deze bewoond worden door 2 personen komen we tot de volgende berekening:

250 toiletten x 18 liter per dag per persoon= 4500 liter/d

afgerond 5000 liter/d x 2 (personen) = 10.000 liter/d

10.000 liter/d x 365 dagen= 3.650.000 liter per jaar of 3650 m³/j

afgerond 4000m³/j

 

Omwille van de aanwezige horeca in het gebouw rekenen we jaarlijks op een bijkomend verbruik van 1000 m³, wat het totale jaarlijkse verbruik van de Antwerp Tower op circa 5000 m³ brengt. (Ter vergelijking: het Olympisch zwembad Wezenberg bevat 3,6 miljoen liter water of 3600 m³)


De extra watertoevoer van 2000 m³/d betekent op jaarbasis een volume van 730.000 m³  (= 2000x365)

730.000 m³/j gedeeld door 5000 m³/j = 146 

 

M.a.w, indien er 2000 m³ van de dagelijkse watertoevoer vanuit Antwerpen-Noord wordt gereserveerd voor toiletdoorspoeling, kan jaarlijks in het toiletverbruik van een 150-tal Antwerp Towers worden voorzien (of 29.000 gezinnen met een jaarverbruik van 25 m³ (= 20% van 125 m³/j drinkwaterverbruik).

(zie: technische fiche)

763_edited.jpg

Impressie vernieuwde Antwerp Tower © Matexi

Zelfs indien we grijswater zouden willen voorzien voor slechts een 100-tal Antwerp Towers, is het maar de vraag hoe dit water bij de eigenlijke toiletten dient te raken. De bouwcode verplicht promotoren namelijk niet om bij (ver)nieuwbouw een gescheiden toevoer voor toiletspoeling te voorzien.  Er is enkel sprake van een gescheiden afvoer riool- en hemelwater. Gelet op de droogteproblematiek zou bij (ver)nieuwbouw de verplichting voor een apart circuit voor toiletspoeling, met het oog op de aansluiting op een stadswaternet, dringend overwogen moeten worden.

spooraquaduct schijn-scheldeverbinging2.

Tweede persleiding via Schijn-Scheldekoker en Slachthuissite (stippellijn) naar Park Spoor Noord en via (deels) open waterweg (blauw) naar Asiadok, 2020 © Studio Praesepe

Tot slot blijkt ook het oude plan van een Schijn-Scheldeverbinding die door Park Spoor Noord loopt opnieuw haalbaar, zei het in een gewijzigde vorm. Een gravitaire afvoer van de Schijn doorheen het park werd als onuitvoerbaar beschouwd omdat het waterpeil te laag onder het maaiveld kwam te liggen. Dit gaf problemen op het vlak van veiligheid en belevingswaarde. Een tweede persleiding vanuit pompstation Schijn zou daarentegen voor een bijkomende 'monding' van de Schijn in een park kunnen zorgen. De leiding zou opnieuw via de tunnelkoker onder de R1 tot aan de Slachthuislaan lopen, om vervolgens via de Slachthuissite en een doorpersing onder het spoorwegtracé, in Park Spoor Noord toe te komen. Deze 'noordelijke vertakking' zou vanaf het hoogste punt in het park voor een meanderende, gravitaire afvoer doorheen het park kunnen zorgen om tenslotte uit te monden in het Asiadok. Hierbij zou eventueel gebruik gemaakt kunnen worden van de oude watertorens aan de Schijnpoort, die thans niet worden benut.* Of deze waterloop in een natuurlijke bedding (de wadi's in het park lenen zich hiertoe), dan wel op een verharde ondergrond zoals in Colmar (zie afbeelding boven) dient te liggen, vraagt om een nader onderzoek. Op het traject is er alleszins voldoende ruimte om een grote waterpartij te voorzien. Of deze ook geschikt is voor recreatief gebruik hangt uiteraard af van de verdere evolutie van de waterkwaliteit van de Schijn.

*(De gerestaureerde watertorens aan de Schijnpoort zouden tevens dienst kunnen als een toegankelijke watertankplaats voor veegwagens van de stad (=18.250 m³/j) .

266px-Antwerpen_Watertoren_Halenstraat.J

Erfgoed watertorens Schijnpoort, foto Wikipedia

PSN_.jpg

Schijn-Scheldeverbinding Park Spoor Noord, via wadi's meanderend tot in het Asiadok, 2020 © Studio Praesepe

PSN_foto.jpg

Schijn-Scheldeverbinding ter hoogte van Bar Noord zomerbar, impressie waterpartij 2020 © Studio Praesepe