Waterplan

In oktober 2019 stelden De Urbanisten, samen met Witteveen+Bos en Common Ground hun Waterplan Antwerpen voor. (http://www.urbanisten.nl/wp/wp-content/uploads/Waterplan_Antwerpen_Samenvatting.pdf) Om onze stad voor te bereiden op de klimaatuitdaging wordt er gepleit voor een revitalisatie van Antwerpen als waterstad. Het doel van de studie is het bewerkstelligen van een watersensitief Antwerpen met een wervende visie op de gehele stad, een aantrekkelijk waterverhaal en sprekende projecten. Naast een aantal overkoepelende doelstellingen die ervoor moeten zorgen dat water in de toekomst een belangrijkere rol gaat spelen in het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van de stad, wordt er per waterstructuur een actieplan uitgewerkt.  Het Stadspark maakt deel uit van de zone Parkenwig. (zie Waterplan: p.35, 74, 81)

Potentieel afstromingsgebied dat afgekoppeld kan worden op de Ruien, afbeelding Waterplan Antwerpen, p.81 © De Urbanisten

Hoewel de hoogteverschillen in deze zone gering zijn, is het toch mogelijk om een hemelwatercascade te realiseren die deels richting stadsvijver loopt. Van hieruit kan er net als vroeger een verbinding met de ruien worden gemaakt. Dit herstel van oude hydrologische systemen wordt ook uitdrukkelijk aangemoedigd in het Waterplan. Ongeacht het uiteindelijke waterpeil van de vijver, is deze connectie ook cruciaal als schakel in de aanleg van een grijswaternet. Antwerpen heeft sinds de aanleg van de Herentalse vaart in 1491, deze waterpartij (later vestinggracht en vijver) steeds gebruikt als plaats van waaruit het water naar het stadscentrum werd geleid (o.a. Brouwersbuis 1554). Men zou er dus goed aan doen om bij de opmaak van een herwaarderingsplan voor het Stadspark, de plannen voor deze connectie mee uit te werken, zodat de aanleg van deze leiding in één beweging met de  rest van de werkzaamheden uitgevoerd kan worden.

Doorsnede stadsvijver in verbinding met waterbassin in ruien (max. hoogte ruien 4,8m TAW) ter hoogte van Tabaksvest, 2019  © Studio GA  (meer info: zie benuttingspotentieel) 

 

 

Door een klein waterbassin in de ruien in verbinding te stellen met de stadsvijver blijft dit bassin door de wet van de communicerende vaten steeds gevuld. Door vervolgens dit waterbassin in de ruien te voorzien van een overloop kan bij hevige regenval het watersurplus via een leiding gravitair afgevoerd worden naar de Schelde.* Aangezien het om water van de stadsvijver gaat is een bijkomende zuivering niet nodig. Door naast de toevoer van hemel- en bemalingswater naar de stadsvijver, ook voor een watertoevoer van oppervlaktewater/effluent vanuit Antwerpen-Noord (spooraquaduct) te zorgen, is een voldoende groot debiet gegarandeerd. Hierdoor kan voor het eerst in bijna 100 jaar het historische waterpeil van de Stadsparkvijver gerealiseerd worden, zonder dat er wordt ingeboet op de noodzakelijke ontlasting van de riolering. De buffercapaciteit van de vijver waarvan sprake in de Arcadisstudie wordt bijgevolg overbodig.

Dit wil ook zeggen dat een fluctuerend waterpeil van de stadsvijver definitief tot het verleden behoort en het eiland in de vijver, dat door verzanding bijna volledig is verdwenen, hersteld kan worden als broedplaats voor de watervogels.  Ook de oorspronkelijke oeverbeplanting komt hierdoor opnieuw aan de oever te liggen. Tenslotte krijgt de rotsgrot die Keilig 150 jaar geleden als ijkpunt naast de vijver plaatste zijn orginele functie terug en kan er van hieruit opnieuw water in de vijver stromen. 

(* Het waterpeil van de Schelde schommelt tussen de 0 en 6,0m TAW. D.w.z dat bij hevige regenval het water 50% van de tijd gravitair afgevoerd kan worden naar de Schelde. Indien er ook aan de Schelde een bassin wordt voorzien, kan bij hoogtij het overtollige water alsnog in de Schelde worden gepompt. Uiteraard zou dit tijdelijke watersurplus in eerste instantie naar infiltratiepunten en waterbassins in de stad geleid kunnen worden, alvorens het naar de Schelde af te voeren. Er zouden vandaag ook plannen worden gemaakt om een overloop aan de stadsvijver te voorzien richting Kempisch dok. Aangezien het waterpeil in het Kempisch dok op 4,2m TAW ligt, is het ons niet duidelijk hoe zo'n overloop tot stand gebracht kan worden zonder pompinstallatie die 50% meer zal moeten pompen dan bij een gravitaire afvoer naar de Schelde. Het ideale waterpeil van de vijver ligt nl. op circa 3,8m TAW*) (* zie: stand van zaken)

Oude overloop stadsvijver naar Ruien Blauwtorenplein (grijs) en brouwersbuis (oranje) als watertoevoer van het Brouwershuis. Nieuwe verbinding van stadsvijver met Ruien via Louiza-Marialei, Frankrijklei, Stoopstraat en Tabaksvest (stippellijn purper). Oude watertoevoer via Herentalse vaart (geel). Nieuwe watertoevoer via  persleiding Bialmontlei © Studio GA (meer info, zie: park in aanleg en benuttingspotentieel)

Indien we overeenkomstig het Waterplan de bestaande niet-circulaire watersystemen willen omvormen tot circulaire systemen, waarbij we effluent water, grondwaterbemalingen en oppervlaktewater gaan recupereren en benutten voor een grijswater- of stadswaternet, dan kan dit enkel door ook gebruik te maken van technische systemen. Tegelijk wordt er in het Waterplan naar gestreefd om de stad minder afhankelijk te maken van deze technische systemen. Toch wordt erkend dat Antwerpen (ondermeer door de ligging van de R1) eenvoudigweg niet zonder kan (zie: spooraquaduct). Het is dus zaak deze technische watersystemen op een intelligente wijze te integreren in een breder kader van natuurlijke watersystemen en de thans verholen, historische watersystemen waar mogelijk te herstellen. De stadsvijver en de ruien waren steeds een belangrijke schakel in het Antwerpse watersysteem.

 

Hoewel de mogelijkheid van de aanleg van een persleiding vanuit Antwerpen-Noord niet onderzocht werd in het Waterplan, is het duidelijk dat dit een grote troef is in het garanderen van de waterbeschikbaarheid in de binnenstad. Zo blijven zowel de stadsvijver als het stadswaternet verzekerd van een continuïteit in de watertoevoer, ook tijdens periodes van langdurige droogte. Hierdoor hebben we de unieke kans om voor het eerst in bijna 100 jaar, zowel het historische waterpeil van een beschermd erfgoed in ere te herstellen, als zijn 400 jaar oude functie als schakel in de Antwerpse waterhuishouding te hernieuwen. (zie: benuttingspotentieel)

Zicht op stadsvijver vanuit grot met simulatie historisch waterpeil, 2020 © G. Adriaenssens

Voor de opmaak van een kostenraming voor de aanleg van een connectie tussen de stadsvijver en de ruien deden we een beroep op een bedrijf gespecialiseerd is in de aanleg van nutsleidingen. Volgens Rooms Renting bedraagt de totaalkost van deze werken circa € 22.000,- . Deze prijs is uiteraard indicatief en kan nog aangepast te worden in functie van een technische studie. De richtprijs werd opgemaakt op basis van het traject zoals getoond met de purperen stippellijn op de afbeelding hierboven. De leiding loopt vanuit de stadsvijver tot aan de Rubenslei, om vervolgens via de Maria-Louizalei, de Franrijklei en de Stoopstraat uit te komen bij de ruien onder de Tabaksvest. Er werd uitgegaan van een leiding met een diameter van 225mm.